kleding op maat

laat jezelf zijn - zien.

Atelier Annelies Bruneel ontwerpt en maakt Belgische mode met de hand.  Laat kledij maken voor de mooiste dag van je leven, of gewoon voor elke dag. Haute couture past ook in jouw kledingkast. 

Zes op tien.

‘Maar ondertussen is het dan toch een 10/10?’, vroeg hij. Toen wist ik niet goed wat te antwoorden. Niet dat ik nu zoveel meer weet, maar ik ervoer een andere kant van de vraag of insteek. 


Ik neem je even mee in de insteek van 10/10. Dit is een oordeel-mechanisme, dat ik leerde kennen via Jeffrey E. Young en Janet S.Klosko, in het boek ‘Leven in je leven.’ Dit is hoe ik het vertaal: als iets aanvoelt als een 10/10 kies er niet voor, ga voor de 6/10 of 7/10. 


Als een situatie, voorstel of product je het gevoel geeft dat het je van al je problemen gaat verlossen, dan is dat een 10/10. Alsof je een verwachtingen rapport maakt. Hetgeen voor je ligt is zo goed dat je niet anders kan dan concluderen dat het alle punten verdient. 


Je weet dat ik ook les geef, soms in een context waar ik punten moet geven. Ik geef zelden een 10/10, want dat staat gelijk aan: er is geen groeimarge meer. Van de kant van de puntengever, die stevig in haar schoenen staat, kan ik dit volledig volgen. Maar zij raden net die techniek aan om toe te passen, in contexten waar het net-niet-stevig in je vaardigheden staat. Net omdat vaardigheden maken dat je iets beter kan beoordelen, maar soms leerde je die vaardigheden niet. Terwijl je die nog aan het leren bent, moet je toch beslissingen maken. Wat volgens mij leven in je leven is. 


Ik was hem ongeveer een gelijkaardige uitleg als deze aan het geven. Om zo tot het punt te komen dat je in het leven voor een 6/10 moet kiezen. Hij vond het lastig te begrijpen en aanvaarden dat situaties als een job, partner of ander belangrijke levenskeuzes maar een 6/10 mogen zijn. Hij ging ervan uit dat die zaken dan uiteindelijk toch een tien op tien werden. Ik voelde toen aan ‘nee, dit is niet zo’, maar het is nu pas dat ik dit kan verwoorden. 


Dit op zich is al een voorbeeld van zes op tien. Graag had ik hem dit allemaal duidelijk en via ervaring laten zien. Wie wil niet iemand echt verder helpen of iets verduidelijken, zo dat de ander een aha-ervaring heeft? Maar uit eigen ervaring weet ik dat aha-ervaringen een lange weg hebben afgelegd,  voordat de aha er is. Het nam me ook tijd, ervaring en experimenten, voordat ik deze zes op tien-richtlijn begreep. 


Kiezen om een zes op tien te laten zijn, begon ik toe te passen in situaties en voorstellen. Het ideale voorstel gaat zich niet zonder dat ik dat uit, vanzelf voordoen. Dus een voorstel bekijken voor wat het is. Er zitten elementen in die punten verdienen en elementen die ontbreken, maar als ik de balans opmaak zitten we dan op een zes op tien. 


Zo ontwikkelde ik een reeks jassen. Je weet: ik verplaats me voornamelijk met de fiets in Brussel. Brussel heeft heuvels en veel auto’s (die niet altijd van het bestaan van een fietser afweten). Voornamelijk wil ik zeggen dat ik door de meeste weersomstandigheden fiets. Kou, regen en wind maken dat ik veel eisen aan een jas stel. Al snel merkte ik dat één jas voor alle omstandigheden, of één seizoen, niet realistisch is. Dus ik heb een reeks zes op tien jassen, die voor bepaalde omstandigheden dienende eigenschappen hebben. Maar voor ander niet dienend zijn. 


Zo heb ik mijn okergele Angora jas. Angora is zeer warme wol. Deze jas dient mij als het sneeuwt, als er een koude wind staat of wanneer het rond het vriespunt is. Dit jaar viert deze jas zijn tiende verjaardag. Deze dient me niet als het boven de 13 graden is en ik heuvel op moet fietsen. 


Dan heb ik mijn blauwe krijtstreep jas. Het feit dat ik hem in het blauw maakte, is om hem eenvoudig bij mijn andere kleding te laten zien. In de zomer draag ik die ook op de moto. Hij is niet zo warm als de gele Angora, maar dit is voor België niet noodzakelijk. Wanneer dient hij me niet? Als ik bepaalde jurken draag. Het is een jas die getailleerd is en stopt op mijn heupen. Ik heb een reeks jurken die kort zijn en wijd uitlopen en daarop past deze jas niet. 


Vervolgens heb ik mijn groene jas. Eveneens een kort model, maar deze loopt wijd uit, dus past wel op die jurken. Maar omdat hij niet blauw is, dient hij niet alle kledingcombinaties. Ik hou er niet van om te veel kleuren bij elkaar te dragen. De stof van deze is gelijkaardig aan de blauwe, wat maakt dat hij me dient over dat deel van het jaar, wat we als koud beschrijven.


Dan heb ik nog een grijze tussenseizoen jas. Ik draag die niet zo vaak, omdat hij een specifiek moment dient, wanneer de andere jassen nog te warm zijn. Deze is namelijk heel mooi om open te dragen. Wat bij de andere jassen minder in het ontwerp is opgenomen, omdat ze warm moeten zijn. 


Verder heb ik nog een geklede lange jas. Heel af en toe draag ik deze op de fiets en dan herinner ik me dat hij daar niet voor gemaakt is. Deze is voor opgeklede gelegenheden, waar je staat of wandelt. 


Deze uiteenzetting van mijn winterjassen doe ik om je te laten zien, dat streven naar één jas, die aan al deze verwachtingen voldoet, niet bestaat. Er is geen stof die je kan warm houden als het heel koud is en als het een beetje koud begint te worden. Wat mijn ervaring met de zes op tien is dat je eerst je verwachtingen en verlangens helder moet krijgen. Zo kan je zien dat een situatie, voorstel of product binnen jouw eerste verwachting ligt. Je kan pas zien dat iets aan een verwachting voldoet als je deze helder hebt. 


Hoe verhelderende ik mijn verwachtingen? Door te ervaren hoe het is als deze niet zijn gerealiseerd, na het aanvaarden van de frustratie en boosheid. Ik vind het essentieel om te kijken naar wat ik verwachtte en wat er ontbrak. Niet om het verleden de herschrijven, maar om nu die verwachting helder te krijgen. En vervolgens te zien hoe ik daar in volgende situaties, voorstellen en product relaties mee omga. De andere kant die ik ervoer is dat het helder krijgen van verlangens en verwachtingen zoveel waard is, wat een tien op tien niet kan vervangen. 


suitably yours,

Annelies



Het debat.

Je weet dat mijn motto (kleding op maat) ‘laat jezelf zien en laat jezelf zijn’ is. Het stukje tussen haakjes kan je weg laten. Dit is veel meer dat mijn slogan. Dit is in een paar woorden mijn houvast en streven in het leven. Wat ik er zelf zo verwonderlijk aan vind, is dat ik blijvend de diepere betekenissen ervan ontdek. 


Voordat ik een zin neerschrijf, formuleer ik deze in mijn hoofd. Ik merkte op dat wat ik met je wil delen zo voor de hand liggend is. Het is een inzicht wat me duidelijk werd. 


Dat kiezen voor jezelf laten zien en laten zijn, ook kiezen is om in het continue debat tussen de realiteit en mijn verlangen te gaan staan. In het leven verwacht ik bepaalde zaken van het feit dat een wortel naar wortel gaat smaken, totdat iemand open reageert als ik een eerste stap naar connectie maak. Aan de andere kant is er de realiteit, waarin er wortels van marsepein bestaan en mensen gesloten of afstandelijk reageren. Doordat mezelf laten zien en laten zijn mijn gisten zijn, sta ik in dat debat. 


Ik zie het systeem van jezelf laten zien en laten zijn als een oneindigheidsteken. In de ene kant van de acht staat mezelf laten zien en aan de andere kant staat mezelf laten zijn. Het zijn twee bijna cirkels, die in elkaar overgaan. Het proces van laten zien is stilstaan en dan pas luisteren. Het kruispunt is het speelveld. Laten zijn is de analyse en actie. 


Ik zal dit je laten zien via een voorbeeld. Ik kies ervoor om dit systeem te delen of te laten zien aan je. Deze keuze maakte ik, doordat ik stilstond bij het leven en dat het mijn streven is om mezelf te laten zien en te laten zijn. ik stond stil bij: wat mis ik in deze wereld? Mensen die zichzelf laten zien en laten zijn, was het antwoord. Vanuit het luisteren naar het stilstaan, merkte ik de nood om dit systeem aan te reiken. Door naar mezelf te luisteren exploreer ik hoe ik dit laat zien. Wat zijn de beelden, oefeningen of systemen die ik me hoor gebruiken. 


In dit voorbeeld is dit schrijven het speelveld. Ik heb nu bijna vier jaar deze Kleermakerszit gemaakt als speelplaats om mezelf te laten zien en te laten zijn. Het verwoorden van dit systeem is een spel om wat ik wil laten zijn, te laten zien. 


De Analiese in het ‘laten zijn’ is verbinden met mijn waarden. Lees de eerste alinea, dit is waarom ik dit nu schrijf. Ik benoem dit deel de Analiese, omdat het een creatief samengaan is van analyseren en mijn eigen naam. Dat laatste verwijst naar het inpluggen met jouw eigen waarden, waarheid en waarde. Als je deze helder verwoordt, in mijn geval: laat jezelf zien en laat jezelf zijn, dan kun je vandaar uit de schijnbaar eenvoudige vraag stellen. Deed ik dit? 


Nu het oneindige systeem van jezelf laten zien en laten zijn uit de doeken is gedaan, wil ik dus het inzicht van afgelopen dagen met je delen. Door hiervoor te kiezen, kies ik dus ook om in het permanente debat tussen de realiteit en mijn verlangens te gaan staan. 


In interactie met klanten en andere mensen wil ik graag vriendelijkheid laten zien en laten zijn. Dit maakt dat ik de conversatie aanga op een manier die ik ontwikkelde als vriendelijk. Een compliment geven is daar een tool van. Dus als iemand de winkel binnenkomt en ik merk op dat die een mooie keuze in een kledingstuk heeft gemaakt, voordat die de winkel binnenkwam, dan zeg ik dat. Als een manier om de deur open te zetten naar een potentieel vriendelijk gesprek zeg ik: ‘Wauw dit is een mooie mantel die u draagt.’

 

Het verwondert me hoeveel mensen dan iets laten zien, wat ik als in het gat gebeten laat zijn. Het is de context van een kledingwinkel, waar je in gesprek gaat met de ontwerper zelf, dus dit kan de uitspraak een andere kleur geven. Mijn punt is dat niet, omdat ik vriendelijkheid denk te laten zien en hoop dat de ander dit zo ervaart. 


Als ik echt mijn waarden in de wereld wil zetten, dan is dit debat de plaats waar ik het systeem gebruik. Mijn verlangen is mezelf laten zien en laten zijn, in deze concrete opening naar menselijke interactie via vriendelijkheid. De realiteit is dat sommige mensen daarin meegaan en anderen niet. Om mezelf te laten zien en te laten zijn, verder te ontwikkelen, is het nodig om open te blijven voor die realiteit. Maar om mezelf te laten zien en te laten zijn te beschermen, is het nodig dat ik niet iedereen binnenlaat en zo het contact met mijn verlangen verlies. 


Stel dat ik uit bescherming van mijn waarden ervoor kies om niet meer open te zijn in interactie, dan laat ik mezelf niet zien noch zijn. Dan is het kiezen voor een leven, waarin ik mijn waarden laat zien en laat zijn, ook de keuze voor de confrontatie met de realiteit dat we er nog niet zijn, bij die menselijke samenleving. 


En dat is op zich dan weer laten zien en laten zijn. 


Suitably yours,

Annelies



Masker

Ik vind het soms lastig om mijn energie te blijven steken in het laten zien en laten zijn van mezelf, in een context die daar recht tegenover staat. Geregeld gebeurt het dat ik in een gesprek over kleding, jezelf laten zien en authenticiteit, een wild paard voor me krijg. Als je hen dat niet geeft dan krijg ik alle vormen van steigerende paarden te zien. 


Ik weet uiteraard ook, dat wat een ander voelt van de ander is. Ik kan begrijpen dat de spiegel die ik je voor hou, niet fijn is om in te kijken. Maar ik heb geen gesprekken met maskers. Als ik daar toch in verzeild raak, zie je me subtiel weggaan. Ik vind het niet ok om zonder filter je emoties op een ander te spuwen. Dat is een andere omschrijving van het steigerende paard. Ik kan begrijpen dat je de prijs van wat ik aanbied wat-dan-ook vind, maar je hoeft dit niet in mijn gezicht te gooien alsof ik een vreselijk monster ben. 


Mijn doel is dat je kan ervaren wat het is om jezelf verder in je waarde te zetten. Opnieuw: ik kan begrijpen dat je daar niet klaar voor bent. Misschien de reden dat dit me blijft opvallen, omdat ik het zo spijtig vind. Ik vermoed dat de reden dat de ander zijn emoties uitspuwt is, omdat dit simpelweg de manier is hoe hij dat doet. Dat steigerend paard aan de ander geven werkte blijkbaar in het verleden, daarom blijven we dingen doen. 


Emoties willen je net iets laten zien. Dat iets pijn doet, lastig is of aangenaam is. Die gehele boel wegduwen maakt dat de communicatie niet doorkomt en dat de emotie zich nogmaals gaat tonen. En zo blijft deze cirkel doorgaan.


In gesprekken met klanten focus ik op het vertrekken vanaf de plaats waar zij zijn. De kans dat ik tot de diepte kom, waar ik graag over praat en nadenk, is minimaal. Meestal gebruik ik op een dag maar 1% van mijn kledingkennis. Dit vind ik spijtig. Graag zou ik dit in een gesprek delen; wat zijn mijn opties? 


Toch praten over zaken, waarvan ik denk en zie dat ze niet kunnen volgen? Als een soort van monoloog de ander overwhelmen. Zelf vind ik dit vervelend om in de andere positie te zitten en ik bestempel dat gedrag als weinig sociaal vaardig. 


Die persoon gewoon laten passeren? Dan ga ik vaak mensen overslaan en ik wil net concreet aan een menselijkere samenleving werken. 


Eerlijk zeggen: u heeft een masker op? Dat beschermde u, maar nu is het vooral een muur, waardoor u zichzelf niet kan zien. Het voelt misschien alsof dit masker u beschermt van alles wat u niet wil. Maar onder andere de relatie met kleding die u wilt, zijnde uzelf laten zien en laten zijn, kan enkel als u dit masker laat vallen. 


Het is dat masker dat maakt dat ik, en andere mensen, het niet fijn vinden om met je om te gaan, want ik wil net als anderen de authentieke jij zien. Het is waar dat niet iedereen het leuk gaat vinden als jij je eigen stem volgt. Maar de mensen die je echt zien, waarderen je ook echt. Je kan nog tientallen kledingstukken kopen tot het moment dat je denkt: dit ben ik. Maar ik kan je vertellen dat het moment niet komt. 


Jezelf voelen, en dit naar buiten brengen, is iets wat van binnen begint. Je kan dit niet buiten jezelf vinden. De bescherming om je authentieke zelf niet te tonen aan de wereld is geen bescherming; het verwijdert je van jezelf. 


Het is wetenschappelijk bewezen dat je authentieke zelf hoe dan ook een uitweg zoekt, of jij dat nu wil beschermen of niet. Dit is de magische kracht van onze hersenen. Dus je kiest om jezelf te beschermen met een masker, maar dit masker tegenwerken is de taak van je hersenen. 


Ik wou dat er een gemakkelijke weg was, maar een masker dat je al zo lang draagt afzetten is nu eenmaal voor een stuk met je vergroeid. 


Suitably yours,

Annelies



Wauw wat een mooie yoghurt.

Volgens mij is de kledingindustrie de tweede meest vervuilende, omdat je verbonden voelen de reden is waarom we hier zijn. Alles in ons lichaam, gedrag, onze gedachten en gevoelens is gefocust op verbinden met de ander. Dit onderzochten talloze wetenschappers in ver uiteenlopende domeinen. Ons, dus ook mijn leven, staat in het teken van verbinding ervaren. 


Het vervuilende van de kledingindustrie zit voor een groot stuk in het blijven aankopen. Om te kunnen blijven kopen, mogen de prijzen niet te hoog zijn. Dus gaat de industrie op alle mogelijke manieren de prijs drukken. De keuze voor kwaliteit is minder belangrijk dan het blijven aanbieden van nieuwe kledingstukken. Hiermee bedoel ik: kwaliteit in de breedste zin van het woord. Van de materialen, manier van werken en met mensen omgaan tot de winkelervaring en de impact op de omgeving. De motor van dit zot draaiende ratje is de niet stoppende behoefte om aan te kopen.


De reden dat dit op kleding zo snel een effect heeft is, omdat het over verbinding met anderen gaat. Dit bijvoorbeeld in tegenstelling tot eten. Ik ga niet zeggen dat er niet een overschot aan eten aangeboden en gekocht wordt, maar eten dat we aankopen gaat veel minder over tonen wie we zijn. Als ik thuis een yoghurt eet dan weet niemand dat. Het merk, of waar ik het kocht, laten minder van me zien dan de kleding die ik aanheb. 


Het is uiteraard niet zo zwart-wit als ik het hier stel, maar ik neem dit voorbeeld om de specifieke karaktereigenschap van kleding in verbinding met de ander te exploreren. 

Als we er iets dieper op ingaan: kan je meer cureren wat je laat zien aan anderen wat je eet. Stel, ik wil het imago ophangen dat ik altijd Bio en lokaal eet. Dan ga ik mijn goedkope yoghurt in een plastiek potje niet meenemen naar het werk. Maar dit doe ik ook met mijn thuiskleding. Ik ga me ook omkleden als ik niet wil dat jij mijn lelijke legging ziet. 


Is er een verschil tussen die yoghurt en de kleding die ik thuis draag? Het eten van de yoghurt thuis is van kortere duur dan hoe lang ik de kleding draag. De kans dat een ander me ziet is groter. Stel iemand belt onverwachts aan de deur, dan gaat hij die kleding wel zien maar wat ik aan het eten was minder. 


Gevoelsmatig voel ik ook dat ik me minder verbind met de keuze van mijn yoghurt dan met mijn kleding. Of anders gesteld: dat een oordeel over mijn kleding me meer in mijn zijn raakt dan de keuze van wat ik eet. Eigenlijk oordelen we ook niet zo over de keuze van eten. Op restaurant ga je niet zeggen ‘wauw, mooie keuze van yoghurt!’ Maar als je het restaurant binnenwandeld ga je wel zeggen: ‘wauw, mooie keuze van outfit!’ Het feit dat we via oordelen kleding en kledingkeuzes gaan connecteren met de persoon.


De aankoop van eten, daar maken we minder gedoe om. In uitzonderlijke gevallen ga je zeggen ‘wauw, daar heb ik kei goeie yogurt gekocht.’ Meestal koop je dat, stop je het in de frigo en eet je het op. We praten over algemene eetgewoonten en aankoopkeuzes, maar niet over een yoghurt. De informatie van ‘ik heb daar een keer lekker yoghurt gekocht’, klinkt belachelijk. Dan komt de vraag en waarom dan niet meer? 


Terwijl als we dezelfde zin bij kleding gebruiken: ‘Wauw daar heb ik een kei goed kledingstuk gekocht’, dan heeft dat waarde. Dank u voor het goede adres. Dus een aankoop doet ertoe. Die ene aankoop geeft je sociaal gezien waarde. 


Een gevoel van verbondenheid ontstaat tussen mensen, wanneer waardering geuit wordt. Met de aankoop van een kledingstuk koop je een grote kans op waardering en zo ook verbinding, meer dan met een yoghurt. Aangezien we hier zijn om te verbinden, blijven we dit ook proberen. Op deze manier blijft de kledingindustrie draaien. 


Soit Ik ga mijn yoghurt eten en verbinden met mezelf. 


Suitably yours,


Annelies



roodlicht.

Wellicht vertelde ik je al over het principe dat elke vorm van kritiek op een ander, eigenlijk voor jezelf bedoeld is. Zo erger ik me al 24u aan een bericht op sociale media. Iemand die opriep om te klagen tegen modebedrijven die niet voor jouw, of ieder ander, lichaam werken. Ik veroordeel het feit dat je eigenlijk hetzelfde doet als wat je dat bedrijf verwijt. Namelijk: niet menselijk met elkaar omgaan. 


En laat dat net nu één van mijn drijfveren zijn; een menselijk samenleving. Als je iemand beschuldigt van geen rekening houden met jou en jouw lichaam, dan leg je voor een stuk de macht bij de ander. Stel ik ga die winkel in en ik zie een broek die me wel iets lijkt. Ik pas deze, maar deze is te kort (of wat dan ook). Ik kan dit delen met de winkel, want misschien hebben ze een langere. Als dit niet het geval is, zou ik boos kunnen worden. Een revolutie uitdokteren en er mijn levenswerk van maken: dat de winkel kleding in mijn maten aanbiedt. Ik begon zo kleding te maken. Dit geeft me meer voldoening en brengt een effectieve oplossing. 


Soit, ik zag op sociale media dat bericht dat nu al een dag in mijn gedachten spookt. Ik vraag me diep van binnen af: doe ik wel genoeg? Bereik ik wel genoeg mensen? Ik vermoed dat het dit onzekere stukje van me is, wat open staat voor de boosheid en de aanwakkerende toon van het bericht. Uiteraard zou ik graag hebben dat iedereen kleding kan vinden in zijn maten. Het is frustrerend en pijnlijk om te zien dat, sinds het moment dat ik die broek maakte 22 jaar geleden, dit matenprobleem enkel groter wordt. Het doet mij pijn om te zien en ervaren dat mensen zichzelf verafschuwen, schamen en haten, omdat ze niet in een broek passen. 


Toen ik net dat bericht zag, ging ik mee in de boosheid en frustratie bij de ander leggen. In dit geval op het commerciële denken van modebedrijven. Heerlijk om boze verhalen en verbeeldingen te maken over hoe ik dit kan verwoorden. Ik de hoop dat mensen dit begrijpen en meegaan in die boosheid. Ik merkte dat de gedachte me wegkaapte van de realiteit. 


Dit is geen goed teken. Ik ging even stilstaan. Ik keek van een afstand naar de verhalen. Ik was aan het oordelen. De kritiek vloeide zonder enige probleem. Alles in het moment moest snel gaan. Met moeite kon ik bij gesprekken blijven waar ik bij wilde blijven. Door het stilstaan, merkte dat ik de Annelies liet zijn, die ik niet wil laten zijn. 


Ok, dan gaan we naar de volgende fase. Als ik merk dat ik een deel van mezelf laat zijn dat ik niet wil laten zien, dan ga ik luisteren naar dat deel. Ik had veel oordelen en veroordeel een ander om niet te zijn zoals ik. Ik dacht dat de ander succes had door dit te doen; daar zit het probleem. Ik merkte dat ik wou dat het snel opgelost zou kunnen worden, door te denken en de ander te veroordelen. Als ik snel, denken en veroordelen opmerk dan zijn dit drie rode stoplichten na elkaar. 


Ik stopte. Ik genoot van een avond met lekker eten dat voor me op tafel werd gezet. Ik bedankte de maker van dit moment. Ik stuurde nu nog even een bericht om dit nog eens te doen. Adem in en uit en verbind met de dankbaarheid die ik voel als ik kijk naar alles wat ik heb en ervaar. 


Maar dat was dus gisteren. Nu is vandaag, een werkdag. Het bericht en de boosheid spookte nog in mijn hoofd. Wat als de kritiek die ik op een ander heb, eigenlijk op mezelf is? Zoals ik hierboven al schreef, dat ik weer zat op de trein naar waardeloosheid. Ik ben niet genoeg, Ik doe niet genoeg, ik heb niet genoeg. Tjoek tjoek tjoek en zo gaat de trein verder. Dat stukje laat ik zijn. Je mag er zijn, deel van me dat nog steeds denkt dat het waar is dat ik niet genoeg ben en doe. Je mag er zijn. Ik ben het niet met je eens, maar je bent welkom.


Wat als oordeel, omdat ik niet durf te discrimineren? Dit is een zware term: ‘discrimineren.’ Ik merk dat het verbonden is met: je mag mensen niet discrimineren op basis van ras, kleur, voorkeur, afkomst, taal, of wat dan ook. En wel op basis van gedrag. Als jij geen broek aanbiedt die me past, dan is in jouw winkel geen broek die me past. Dus laat ik je links liggen in mijn zoektocht naar een broek die me past. 


Wat als die verschuiving veel moed vraagt? Ja, dit is zo. We leven in een wereld waarin standardized en hokjes maken financieel grote voordelen heeft. En dit frustreert me. Door stil te staan bij de frustratie kan ik horen wat ik mezelf vertel. Vervolgens speel ik met wat ik mezelf vertel, door wat-als-vragen te stellen met het uiteindelijke doel te aanvaarden, dat de wereld is wat hij nu is. Dat anderen zijn wie ze zijn en dat ik ben wie ik ben. 


Vooral aanvaarden dat ik ben wie ik ben, met de delen die boos zijn, die meegaan in de boosheid van anderen, die willen realiseren, die snelle oplossingen willen. De delen die echt duurzame oplossingen willen, de delen die dit lastig vinden, de delen die geloven in een andere wereld, de delen die ervan dromen en zij die er bang van zijn. 


Dank je voor dit frustrerende bericht op sociale media. Ik ga je ontvolgen want het leidt me af van waar ik wil op focussen en ik ben dankbaar voor de gevoeligheden die je naar boven bracht. Ik ben dankbaar dat ik het pad van stilstaan, luisteren en spelen met wat ik hoor, bewandel als het rood licht zich laat zien. 


Suitably yours,


Annelies



Het huis waarin ik leef.

I just wanna feel the home that I live in’ uit het nummer ‘Feel’ van Robbie williams. Een nummer dat me sinds ik kind ben aantrekt. Het is pas sinds kort dat ik die zin erin ontdekte, doordat mijn oor erop viel. Voor mij gaat dat over het sterke verlangen om te ervaren wat ze zich in mijzelf afspeelt. 


Zelf als kind voelde ik van binnenuit de nood om te voelen, ervaren en zo ook te verbinden. Het is niet om de kick of de snelle hartslag. Het is niet het sensationele waar mijn aandacht naartoe gaat. Het is eerder het willen voelen. Stel, ik maak iets mee wat we als maatschappij falen noemen. Dit kan ook voor mij zo zijn, dat ik veraf ben van waar ik wil zijn. Maar het feit dat ik zo zaken voelde die ik wellicht niet had gevoeld, maakt het voor me waard om die ervaring gehad te hebben. 


Mensen die me in de kou laten staan, een opmerking die een pijnpunt raakt of een frustrerende verwonding in hoe de wereld functioneert. Het is niet dat ik deze zaken zou gaan opzoeken. Door de ervaring van die zaken zinkt de waarheid meer in. Door echt te voelen wat ik verwachtte en verlangde van die persoon en dat dit niet werkelijkheid gaat worden is eerst pijnlijk en vervolgens lastig. En als deze gevoelens zijn gaan liggen is, wat ze altijd doen wanneer ik de ervaring aanvaard, komt er een helderheid. Het is. Dit gebeurde. Ik verwachtte en verlangde iets en de ander deed dat niet. 


In een andere Kleermakerszit, schrijf ik je door het aanvaardingsproces heen. Nu wil ik je vertellen over het huis voelen, waar ik in leef. Na de pijn aan te nemen, komt de gift. Ik voel me dankbaar voor de inzichten die ik kreeg door die ervaringen. Wie ik ben, waar ik voor sta, waar ik naartoe wil, wat belangrijk is, waarom ik doe wat ik doe; alles werd door dit proces duidelijk. Het is eerder wordt dan werd, want het is een voortgaand proces. 


Het zijn de kleine herhalende stappen in dit proces die je naar huis leiden. Lijden leidt je naar het huis waarin je leeft. Ja, dat is je lichaam. Vooral tijdens het opgroeien en het leven maken we bij sommige ervaringen de beslissing: wie ik ben past hier niet. Soms gaat dit zover dat het verlangen naar ik wil het huis waar ik in leef voelen totaal niet meer aan de orde is. Dit vertaald zich dan in Ik wil opgenomen worden in deze wereld. Dit leidt tot allerlei gedrag, maar de ondertoon is dat je weg gaat van wie je bent. 


Dit doet me denken aan een regelmatig gehoord commentaar op de huidige maatschappij. Niets mag nog, we kunnen nergens tegen, alles is gevoelig. Zou het kunnen dat we de persoonlijke waarde van lijden niet kennen? Het is ook geen evidente om als maatschappij persoonlijk groei te steunen. Dit is iets wat klein en menselijk is.


Gisteren had ik nog de ervaring van een opmerking die mijn pijnpunt pijnlijk aanraakte. Ik heb daar lang over na zitten denken; wat moet ik hiermee? Uiteraard na aanvaarding. Ja, het is pijnlijk om de schuld te krijgen van zaken waar ik niets mee te maken had. En ja, dit is een punt waarop ik vroeger de beslissing maakte: wie ik ben, is hier niet welkom. 


Door de aanraking van dat pijnpunt zie ik nu glashelder dat er geen logische verbinding is tussen de schuld krijgen van iets, waar ik geen hol mee te maken heb, en dat wie ik ben niet welkom is. Mijn deel hierin is dat om met de pijn van schuldig bevonden worden, voor zaken die niet in mijn verantwoordelijkheid liggen, om te gaan is dat ik mezelf wilde verwijderen. Het is de ander zijn keuze en verantwoordelijkheid om mijn leven op die manier aan te raken. Ik heb daar geen aandeel in. Het is wel zo, dat ik door die pijn anders tegenover de ander sta. En daar ben ik wel verantwoordelijk voor. 


En dan ga ik ten rade bij mijn waarden en waar ik voor sta. Wat wil ik voor deze relatie? Wat is belangrijk voor me in deze relatie? En wat heb ik nodig, zodat ik me kan laten zien en laten zijn? Het is aan mij om aan de ander te vragen waar ik nood aan heb. Ik hoef de ander niet te veranderen of te laten aanpassen, zodat ik niet meer die pijn hoef te voelen. 


Het is aan mijn om aan te geven in welk huis ik leef. Ik zou kunnen kiezen om het gesprek aan te gaan over het feit dat ik geen aandeel heb ik waar de ander me schuld van geeft. Maar dit is wat die persoon koos. Ook al is dit geen bewuste keuze, hij is daarvoor verantwoordelijk. Ik ga kiezen voor een gesprek vanuit verbinding. De focus op de relatie met die persoon is een aanwinst. Dit wil ik ook doen. Dus om te kunnen brengen wat ik in mijn huis heb, heb ik nood aan een andere stijl van communiceren. Een waarin we zoeken naar een oplossing voor een probleem, niet een schuldige. 


Het voelt zo heerlijk om in mijn eigen huis te zijn, ook wanneer er stormen langs waaien. Het het zo een verademing om te weten op welke waarden ik kan terugvallen. Het voelt als met een dekentje om je heen door het raam naar de storm kijken. Het geeft vertrouwen om te weten dat ik een stom wel aankan, maar dit maakt hem niet minder zwaar. Maar ik heb ergens een paar punten waar ik kan op focussen. En dat is het huis waar ik in leef.  


Suitably yours,

Annelies



De trein naar waardeloosheid

Ik heb je al eerder verteld van de trein die je meeneemt maar waardeloosheid. Dat dit geen aangename bestemming is moet ik je wellicht niet vertellen. En toch hebben we allemaal die trein. Of dat is toch wat ik de laatste dagen aan mezelf vertelde. Ik heb de kans gehad om deze treinrit langs twee kanten te mee te maken, enerzijds als reiziger en anderzijds als persoon naast de reiziger. 


Als ik op de trein zit dan zoeken mijn gedachten dapper naar antwoorden en uitleg, maar de vraag is eigenlijk niet zo duidelijk. Dus springen de antwoorden alle richtingen uit. De uitleg is logisch en gegrond, maar het is de trein naar waardeloosheid. De ondertoon van al deze hersenspinsels is dat ik waardeloos ben. Het zoeken naar antwoorden en uitleg is eigenlijk een mechanisme om met dat diep pijnlijke gevoel om te gaan. 


Op zo een moment voelt het als waarheid dat ik waardeloos ben. Om mezelf te beschermen, en toch te kunnen leven, maak ik hersenspinsels. Dingen als ‘dat is echt wel fout om dat te doen’, ‘waarom begrijp je dat nooit?’, ‘zie je wel uiteindelijk ben je altijd alleen’, ‘je bent waardeloos’ en andere harde pijnlijke gedachten. Die hersenspinsels zijn de kadans van de trein. Toek, toek, toek; regelmatig blijven nieuwe gedachten zich als waar opdringen. Het zijn nieuwe oude gedachten; gedachten die ik al vaker had maar omdat ik zo in de trein zit geven ze de indruk nieuw te zijn. 


Ik ken dit beeld, hoe mijn gedachtegangen dit doen - al jaren - en toch is het lastig om wanneer je op de trein zit te herkennen dat ik daar ben. Zoals ik de andere keer schreef is het duidelijk beeld van de trein ondersteunend voor me. Deze keer was het de kadans die me deed opmerken, dat ik daar was. Ik merkte dat mijn gedachten op het ritme van die kadans gedachten produceren, waar de ondertoon van is: je bent waardeloos. De gedachten hadden in het begin met wat er die dag gebeurde te maken, maar snel was het een mengelmoes van alles en nogwat. 


Toen had ik door: ik zit op de trein naar waardeloosheid. Door het te benoemen aanvaarde ik het, geen oordeel, ik denk dat iedereen het doet. En ontleren begint bij aanvaarden. Door het zien van wat ik deed voor wat het is, kon ik voelen waar ik nood aan had. Ik voelde me eenzaam. Ik had het gevoel dat ik los stond van de rest van de wereld. Dit mag er zijn en ik gaf het ruimte. Vervolgens sprak ik er met een dichtbij staand persoon over. Het smolt als sneeuw voor de zon.  


In dit proces zag ik duidelijk hoe ik de oude pijn zou kunnen gaan herhalen, omdat mijn hersenspinsels dan gelijk hebben. Wanneer ik op die trein van waardeloosheid zat en hoorde wat ik hierboven schreef. Had ik, geheel logisch, de neiging om daar iets aan te doen. Als ik deze gedachten heb dan moet ik voor mezelf zorgen. Weggaan of het iets aanpassen of wat dan ook, maar vooral iets doen. 


Nu, van een afstand, kan ik zien dat stel dat ik dit vanuit de trein beslist en gedeeld had, dat ik mijn eigen eenzaamheid alleen maar zou gaan bevestigen. Wat trouwens is wat die gedachten willen: het herhalen van de patronen die ze kennen. Stel dat ik vanuit de trein beslis om afstand te nemen. Dan communiceer ik dat, niet vanuit de acceptatie, maar vanuit de bevestiging dat ik waardeloos ben. Daardoor krijg ik ook niet de empathie, compassie en acceptatie waar ik diep van binnen naar verlang. 


Daarnaast had ik de kans om als toeschouwer naar een reiziger te kijken. Mensen met wie ik geregeld een menselijk contact had. Een gesprek waarin duidelijk, en op initiatief van de ander, empathie, compassie en acceptatie ruimte had. Dit veranderde als donderslag bij heldere hemel. Ik was zo verbouwereerd dat ik enkel kon luisteren en als toeschouwer toe kon kijken. Dit was op het moment dat de persoon op de trein stapt, volgens mij. Ik maak die conclusie omdat die plotsklaps verandert van omgangsmanieren. Ik ben dankbaar dat ik dit mocht zien, want het gaf me meer compassie naar mijn frustratie dat anderen me soms niet kunnen volgen. 


Ik gaf die persoon tijd en we zullen wel zien wat er komt. Er kwamen lelijke verwijten en ongepast gedrag. Daar wil ik niet bij in de buurt zijn; ik heb het recht om niet uitgekafferd te worden. Ik zag hoe die persoon op de trein naar waardeloosheid zat. Dan gooi je er ook gedachten uit die niet ok zijn. Dan laat je gedrag zien dat niet door de beugel kan. Dan kan je je totaal niet inleven in hoe dit voor de ander zou overkomen. Je zit namelijk op jouw trein met jouw verhalen en jouw verleden van waardeloosheid. 


Als toeschouwer leek dit eerder een gevangenis die ze zelf bouwden. Ik kreeg bijvoorbeeld het verwijt over iets waar ik totaal niets mee te maken had. Maar ik voelde wel hoe waar het was voor die persoon, dat ik daar verantwoordelijk voor was. Daar zag ik: zo bouw je je eigen gevangenis. De persoon maakte mij verantwoordelijk voor een grens die hij had moeten aangeven. Door de macht of verantwoordelijkheid niet bij jezelf te leggen kan je niet zien wat je zelf laat zien en laat zijn.  En is de kans groot dat dit zich herhaalt. 


Dit inzicht is me dierbaar en wil ik met respect behandelen. Ook al deed het gedrag van de ander pijn en was het niet ok. Ik voelde compassie door te zien hoe de trein naar waardeloosheid, je eigen gevangenis kan worden. Ik kan daar weinig in veranderen. Acceptatie en aanvaarding begint bij jezelf. Ik kan het accepteren dat mensen voor zichzelf een gevangenis bouwen. Ik kan het laten zijn dat er dan geen enkele mogelijkheid tot empathie, compassie en acceptatie is. En ik kan kiezen hoe ik me laat zien. 


En wat heeft dit nu met kleding te maken? Hoe voel jij je als je kleding aankoopt, aandoet of aanraakt? Zou het kunnen dat je op de trein naar waardeloosheid zit? Dat is althans wat ik zie. Wat laat jij zien en zijn in kledingmomenten?



Suitably yours,

Annelies



Als ik twijfel, niet doen.

“Liefde is, net als vriendschap, iemand echt kennen en daarvan houden,” zei hij. Ja, dat is een mooie definitie. Later voelde ik dat er iets miste. Of dat ik daar een iets andere insteek in heb of dat daarin iets te exploreren is. Ik hou natuurlijk van de definitie van Brené Brown van liefde en verbinding. Om de één of andere reden is haar werk iets waar ik geregeld op terugval, als ik nood heb aan ondersteuning. Ik denk dat het de combinatie van bezield onderzoek en eerlijkheid in haar werk is, dat resoneert met mij. 


Er ontbreekt iets aan de definitie die hij deelde. In de meeste mensen probeer ik hun menselijkheid te zien en zo ook te laten zijn. Volgens deze insteek over liefde, zou dit dan al liefde zijn. Maar uit ervaring kan ik je vertellen dat het niet automatisch zo is dat de ander mij menselijk behandelt, omdat ik dat doe. Deze wederkerigheid vind ik wél een deel van liefde. Ik kom zo vaak als mogelijk, vanuit een plaats van liefde naar de ander toe. Het verhaal dat ik mezelf vertel, is dat ik dan soms net de menselijke kant van de ander te zien krijg. Wat ik in alle geval prefereer boven een masker. 


Maar soms is dit ruw. Ruw is de andere kant van puur, maar soms zó ruw dat ik niet anders kan dan afstand nemen. Om mezelf te beschermen, omdat ik het wenkbrauwen fronsend vindt, omdat het pijn doet, omdat dit niet in lijn is met mijn waarden. Ok, er staat in de definitie dat je de ruwe kant van iemand echt kent en dat je er dan nog van houdt. Wat in mijn bedenking hier, het houden van, niet het geval is. 


Om tot dat punt te komen, ‘hier houd ik niet van’, moet je eerst de ander ontmoeten. Een fase doorgaan van elkaar echt leren kennen. Iets waar ik vaak over twijfel is: hoe wil ik me gedragen tov iemand die zich laat zien terwijl ik voel dat ik daar niet van kan houden. Soms is dat maar een opmerking, dat mij zo’n gevoel geeft. Soms is het een onuitgesproken of passieve sfeer. Kortom, ik kan lange tijd in die fase blijven twijfelen. 


Er is nooit een moment, waarop je echt iemand kent. Als je naar jezelf kijkt: hoeveel exploreer je door de jaren heen? Die openheid naar jezelf, of de ander, is deel van mijn beleving van liefde. Dit maakt dat het meer een oneindige fase van ‘elkaar leren kennen’ is en dat die twijfel daarbij hoort. 


Toch voelt het niet zo in de liefde en vriendschappen die ik ervaar. Het is niet dat ik elk moment twijfel over de mensen waar ik diep van hou. De twijfel duikt op, merk ik nu, op het moment dat er iets is wat me niet dient, zoals ik hierboven omschrijf. Want als er in de relatie zaken gebeuren, die me dienen, voel ik me vooral dankbaar. Voor een fijne opmerking, voor humor, voor hulp, voor het luisteren, voor een inzicht, voor de aanwezigheid. 


Ik vermoed dat mijn dichte cirkel mensen zijn waar ik meer dankbaarheid bij voel dan twijfel en als er twijfel is dat ik deze kan delen, waar ik dan dankbaar voor ben. Daarnaast is er ook de oprechte nieuwsgierigheid en interesse. Ik wil wel echt weten hoe het met ze gaat en wie ze zijn. Bij mensen waar ik over twijfel, ga ik daar op het moment van het gesprek soms een beetje verder op door. Maar meestal is dat een straatje zonder positief einde. Iets wat mijn wenkbrauwen deed fronsen, doet het nu enkel meer. Iets waar ik mezelf voor moet beschermen, als ik dat niet onmiddellijk doe, voel ik het nog sterker. En zo geldt dat ook voor pijn. Vaak blijkt iets wat ruikt naar niet in lijn zijn met mijn waarden, het ook niet zo te zijn. 


Zou die twijfel, op zich, dan een signaal zijn dat ik niet in de context van liefde ben? Niet omdat ik van een plaats van liefde kom, als ik daar ben. De twijfel maakte dat ik mij door de jaren heen verfijnde, in het komen van een plaats van liefde en het zo mogelijk maken dat ik de ander zich laat zien. Maar Ik heb geen enkele impact, door deze twijfel of wat dan ook, op hoe de ander dit ervaart. Ik ben wel verantwoordelijk voor hoe ik de ander zijn leven aanraak, wat ik benoem als van een plaats van liefde komen.


En dit geldt ook voor kleding en producten. Omdat ik van een plaats van liefde hen probeer te integreren, betekent niet direct dat deze effectief van meerwaarde gaan zijn op mijn leven. Ik heb geen impact op hoe het product, of het kledingstuk, van me gaat houden. De reden dat ik twijfel aan mensen, zoals hierboven omschreven, is omdat zij me niet echt leren kennen en daarvan houden. Een kledingstuk is anders dan een mens. Het heeft zo een paar andere eigenschappen ;) Maar de kern van het-houden-van, de ander écht zien en daarom houden van, is hetzelfde. 


Dus ik herhaal wat ik al eerder schreef: als ik twijfel, niet doen. Liefde zal zich tonen, daar hoef ik niet aan te twijfelen.


Suitably yours,



Agree to disagree.

Kritiek krijgen is voor mij een gevoelig ding. Een paar dagen geleden kreeg ik een opmerking, die op me bleef plakken. Ik neem je even mee in mijn gedachtegangen, want ik heb iets toegepast wat mijn ogen opende. 


De opmerking was dat ik niet voldoende communiceerde. Ik ben verantwoordelijk voor het grote geheel van het project en de persoon die dit zei werkt aan een deel van het project mee. In het moment had ik door dat hij iets nodig had, wat hij ‘meer communicatie’ noemde. Dus ik zei, wat voor mij het beste werkt zijn concrete vragen. Vraag mij concreet waar je nood aan hebt, of welke info je nodig hebt, om verder te kunnen werken en dan kan ik daarop antwoorden. Al is het antwoord ‘dat weet ik nog niet.’


Daarna had ik een fijn gevoel, omdat ik van mezelf vind dat ik voldoende communiceerde. En ik kan begrijpen dat die persoon meer, of een andere vorm van, communicatie nodig heeft, maar daar ligt de bal in zijn kamp. Zoals wel vaker het geval is, merk in de dagen hierna dat het mij blijft bezighouden. Het popt op in mijn gedachten, terwijl ik andere dingen aan het doen ben. Het blijft geregeld terugkomen gedurende een paar dagen. 


Omdat dit een gevoelig punt is voor me, gaf ik mezelf comfort en warmte. Ja, dit is een gevoelig ding voor je. Je bent veilig, you agree to disagree. Iedereen is anders en dat is wat je belangrijk vindt en soms geeft je dat een lastig gevoel. Dat is een bijeffect van kiezen voor authenticiteit. Vervolgens ging de magnetische aantrekkingskracht richting die opmerking liggen. 


Maar toch bleef het terugkomen. Ok, dacht ik, dan draai ik het om. Je wilt me iets vertellen, maar omdat het een gevoelig punt voor mij is, ga ik wel het gesprek leiden. Ik gebruikte ‘the work’ van Byron Katie. Dat zijn vier vragen om los te komen van zaken die je gelooft. De eerste vraag: is het waar? Ik voelde onmiddellijk een harde nee, want ik communiceer wat ik wil en moet gecommuniceerd hebben. 


Het gevoel wat het me gaf zal ik met je delen. Ik zag helder een afstand tussen mijn waarheid en die van de persoon. Beiden zijn waar, de ander vindt dat ik niet genoeg communiceer en ik vind dat ik dit wel deed. Deze kunnen gewoon naast elkaar bestaan. Dit is wat zich hier voordoet. Dit gaf rust en duidelijkheid. Ik respecteer mijn eigen waarheid, ik voelde me in mijn kracht staan.  


Ik kon hierdoor ook het contrast zien met hoe ik vroeger omging met kritische opmerkingen. Stel dat ik in het verleden dezelfde opmerking had gekregen, wat zeker is voorgevallen, dan ervaarde ik dat anders. Het is alsof er aan de zin die gecommuniceerd was, de niet-genoeg-sticker plakte. Het was alsof dat sowieso waar was en er dus geen ruimte was voor mijn waarheid. Hierdoor kon ik er ook geen gehoor en waarde aan geven. Aan de opmerking van de ander plakte mijn eigen waardeoordeel. Door mezelf de vraag te stellen of dat oordeel waar is, komt er afstand. 



In die afstand ontstaat ruimte om mijn denken te bekijken. Door die ruimte kon ik ook terugvallen op de waarden, die me inspireren om te communiceren zoals ik dat wil. Ik ontdekte ruimte voor groei en andere mogelijkheden. Anderzijds ontdekte ik ook een grens. Wanneer de ander de verschillende waarheden niet kan laten zijn, kan er geen gesprek zijn. Dan wordt het een welles-nietes-gevecht. Waar ik de waarde niet van inzie en laat staan de energie voor heb. Dus ik voelde duidelijk dat ik energie en tijd geef aan gesprekken, niet aan gevechten. 


Dit vertel ik je, omdat er een directe lijn is tussen mijn ervaring en wat ik merk wat gebeurt tijdens het shoppen. Al meer dan 16 jaar heb ik het privilege om te leren van, en met, mensen samen in de paskamer. Ik zie nu het magnetische effect van niet-goed-genoeg en jezelf niet zien, door het aannemen van zijn waarheid als de jouwe. Je zou de gepresenteerde kleding kunnen zien als de kritiek, dat ik niet voldoende communiceer. Je draagt bepaalde vormen, kleuren en materialen niet wanneer deze een trend zijn. Je zou dit kunnen zien als een waarheid. De vraag die ik je wil laten stellen is: het gevoel dat je hebt tijdens het shoppen, is dat waar? Is het waar dat ik daar niet mee sta? Is het waar dat dit jou niet past? 


Ik zou je ook willen laten kennismaken met de andere vragen van Byron Katie. Kan je weten dat het waar is? Hoe voel, gedraag en denk je als je gelooft dat het waar is? Wie ben je als je dit niet gelooft? 


Voor mij helpt het om in dergelijke momenten terug te vallen op mijn waarden. Agree to disagree is een gevolg van kiezen voor authenticiteit. Mijn eigen waarheid en zo ook waarde laten zien en laten zijn, heeft als gevolg dat anderen anders zijn en dus hun waarheid en waarde hebben. 


suitably yours,

Annelies



Ik ben er altijd.

Ik zocht al die tijd naar iets wat gewoon in mij zit 

omdat ik mezelf had wijsgemaakt dat het zich buiten mij bevond

En dat is ok.

Ik zou mezelf nu op mijn kap kunnen zitten voor iets wat ik toen niet begreep

Ik deed waarvan ik dacht dat het het pad naar mezelf was

Als ik daarnaar terugkijk is het een pad dat me van mezelf afbracht

Het moest zo zijn dat ik daar iets te leren had


Misschien wel dat een relatie met jezelf begint bij jezelf


Ik geloofde dat ik hard moest werken en vechten 

Om te verdienen wat buiten me was

Ik gebruikte mijn creativiteit elke keer opnieuw 

Tot het vinden van wat, zoals ik nu weet, altijd al in me zat


Ongelooflijk toch dat ik daar zo hard naar op zoek was buiten mezelf


Maar ik weet nu wat ik weet

Ik ben de schrijver van mijn verhalen


Het zijn niet mijn verhalen waar ik een rol in speel

Nee ik schrijf ze, maak de rollen 

en zie hoe die zich ontrollen

En hoe de verhalen, over mij, rollen


Het verhaal dat ik buiten mezelf op zoek moest gaan, naar mijn pad

Maakte dat ik dat deed

Maar op een dag ging ik het verhaal in twijfel trekken


Het voelde zo stevig en vaststaand 

Waardoor het waar leek te zijn, dat verhaal

En daarom trok ik het niet in twijfel

Maar na talloze pogingen om dat pad te vinden, buiten mezelf


Was ik zo moe, dat ik niet anders kon dan aan die vermoeidheid aandacht te geven

En daar haalde ik kracht uit

Om terug in het oude verhaal van buitenaf te gaan zoeken

Dit herhaalde zich zo vaak dat ik daar moe van werd. 


Ik zag dat ik dit deed 

Proberen tot ik moe werd 

En dan rusten om weer aan de slag te gaan

Maar ik voelde dat ik dit niet meer wou


Ik had geen idee hoe ik dat moest veranderen

Dus ik koos ervoor om het niet meer te doen

En iets anders te zoeken als ik de neiging had om het toch te doen

Het leek als afleiding 


Dus ik zocht een afleiding

Iets om te doen

Dan kan ik evengoed kiezen om iets te doen wat ik leuk vind

Dat me een voldaan gevoel geeft

En omdat het me dit gevoel gaf


Heb ik de neiging om er weer een pad van te maken

Ik legde het weer buiten mezelf

Soms herkende ik dat gedrag

Soms herkende ik de vermoeidheid

Soms herkende ik het niet 

En was het een ander die me erop wees

En soms herkende ik het dan

Soms niet


Maar dit maakt allemaal deel van mij uit

Deel van het pad in mij

Pad vind ik een raar woord

Het lijkt alsof ik het kan bewandelen


Het is eerder een verbinding met mezelf

Of een in-mezelf-zitten

Als ik bevoordeeld in gesprek ben met een ander

Bij mezelf zijn 

Als dingen niet bewegen in de richting waarin ik zou willen dat het naar toe zou moeten bewegen


Ik was er al die tijd

Ik ben er nu

En soms glij ik even weg naar het pad

Maar daar ben ik ook

ik ben er altijd


Suitably yours,

Annelies



Fanfare

Er is een kledingvraag waar ik al vaak over nadacht, omdat ik ‘m regelmatig krijg. Daarom wil ik deze vraag hier even tackelen. Dat ‘even tackelen’ is net de reden waarom ik er over wil schrijven, omdat het net niet zo eenvoudig op te lossen is als het zou lijken. De vraag is: waarom is er geen kleding voor vrouwen met een buikje? Veel vrouwen, soms nadat ze kinderen kregen, hebben een buikje. Net onder de navel een volume dat niet plat is. 


Een aantal technische antwoorden eerst. Het is normaal om daar wat volume te hebben. Als je probleem of lastigheid ligt in het feit dat je het hebt, dan gaat geen enkel kledingstuk dat wegnemen. Dan zou ik eerder een pad op lichaamsniveau gaan bewandelen. De reden dat kleding onder andere daar niet past, is omdat we een dominant kledingmatensysteem gebruiken, wat daar geen rekening mee houdt. Ik schreef je al eerder dat kledingmaten breedtes en lengtes verbindt die geen enkele logica hebben. Ze zijn gemaakt voor de gemiddelde mens en die zou één borst hebben ;)


Ik wil je hier geen verhaal vertellen, waarin enkel mijn antwoord - kleding op maat - de oplossing is. Ik wil je de gedachtenruimte aanreiken om jouw antwoord te laten ontstaan. Dit is een pad, maar niet het wandelpad wat vooraf plat gewandeld is, waardoor duidelijk te zien is welke kant je op moet. Heb je trouwens ooit al eens een langere wandeling gemaakt? Daar staat een eenvoudig bordje aan het begin en einde. Er is geen fanfare of podium als je aankomt, wat je na dagen stappen soms zou willen. En dan is het belangrijk om dit gevoel in jezelf te erkennen en iets te doen wat voor jou voelt als dat podium. 


Als ik bij mezelf op zoek ga naar een deel van mijn lichaam, wat ik minder graag verkeerd in de verf wil zetten, dan is dat mijn boezem. Als ik confectiekleding pas, is daar altijd het probleem of het compromis te maken. Ik ben blij met het lichaam dat ik heb, maar zoals ik schreef wil ik bepaalde delen niet verkeerd in de verf zetten. Daarvoor heb ik wel tal van kleding gemaakt die verkeerd zat, me niet blij maakte met wat ik in de spiegel zag en me soms boos maakte op mijn lichaam. Het pad dat ik wandelde was een zoektocht naar vorm, kleur en materiaal, waarvan ik vind dat het me laat zien en  laat zijn. Ik kies ervoor om daar geen compromis te maken. 


Omdat ik weet dat wanneer ik mezelf verkeerd in de verf zet, ik me niet goed voel. Op momenten dat ik me onzeker of minder voel, gaat die kleding me dan nog meer naar beneden halen. Het is niet zo dat op een minder moment kleding je er bovenop kan halen. Het is en blijft gewoon een stuk stof, maar op een dergelijk lastig moment wil ik geen zaken rondom me die de spiraal naar beneden bevestigen. Wat ik laatst wel opmerkte is het effect van mezelf de spiegel zien passeren. Doordat ik een Annelies zag die ik ken, waar ik fier op ben, haalde me dat uit de spiraal naar beneden. 


Ik zou mijn volledige carrière kunnen wijden aan het uit de doeken doen van hoe het kledingsysteem ronduit ontmenselijking is. Daarmee breng ik eigenlijk geen oplossing. Ook al geloof ik in het investeren van onderzoek, tijd en energie naar wat is hier nu juist het probleem. En dat is iets wat ik vaak doe. Soms wordt dat op zich een spiraal naar beneden. 


Zo vaak heb ik al op het punt gestaan om zelf een bikini of een bh te maken. Omdat ik de modellen die ik mooi vind, niet in mijn maat kan aankopen. Al jaren eindigde dit in die spiraal naar beneden met als eindpunt: ik ben het niet waardig om kleding voor te maken. Wat dus geheel het tegenovergestelde is van wat ik doe en geloof. Wat dan opzich weer een nieuwe spiraal op gang brengt van: ik ben niet waar ik voor sta. En met als eindpunt: ik ben niet goed genoeg om er in deze wereld bij te horen. 


Als ik dit nu lees vraag ik me met verwondering af hoe ik vanonder die eenzame plaats in de woestijn van ‘er is iets mis met me, waardoor ik niet in de wereld pas’, kwam. Eerlijk, soms zit ik nog wel eens op die trein. Het is door deze beelden te herkennen, dat ik zie waar ik zit. 


Het beeld van de trein als je op een niet dienende cadans van gedachten, gedrag en emoties beweegt. Ik twijfelde even om emoties erbij te zetten, want die zijn toch altijd waar. Maar als je op de trein naar beneden zit, dan is er een samenwerking tussen emoties, gedrag en gedachten. Soms zit ik zo hard in die cadans dat ik onbewust gedachten oproep die me naar beneden halen. Wat voor mij een herkenbaar beeld is, is de cadans van de trein. Toek - Toek - Toek, zo haal ik mezelf naar beneden. 


Het beeld van de eenzame boom in de woestijn. Als ik merk dat ik dat zie… Het duurt soms even, voordat je kan zien dat je een beeld aan het maken bent. Wanneer ik het opmerk, dan weet ik: ik heb verbinding nodig. Ik moet nu iets gaan doen wat me verbindt met mij. En dat doe ik door met anderen te verbinden, die mij zien als mij, door mij te inspireren, door me te voeden met mensen die de neus in dezelfde richting hebben. 


Het beeld van jezelf in de verf zetten of daar een compromis in maken. Je gedachten kennen allerlei verhaaltjes over waarom jij niet in de verf zou moeten staan. Jezelf in de verf zetten is jezelf laten zien en laten zijn. Is aanvaarden wie je bent. Daar fier op zijn en dit met de wereld delen, omdat dit in lijn ligt met je waarden. Niemand heeft als waarde ‘zichzelf verbergen.’


Het beeld van ontmenselijking klinkt luguber en eng, wat het ook is. De mens eruit halen. 


Het beeld van het pad naar kleding, die jou laat zien en laat zijn. 


Het beeld van een gedachtenruimte. Alsof gedachten in een ruimte hun ding zitten te doen, maar we hebben nog een lichaam erbuiten. Het is in die gedachtenruimte dat het leidingsysteem bestaat en functioneert, zoals ik al schreef over het lichaam wat erbuiten is. En vrouwen een platte buik hebben. Als je daarop let is er niemand die dit heeft, ook de mannen niet. Dus kan jij het beeld zien van wat de anderen, en de maatschappij, van een man of een vrouw hebben. Ik zie daar het beeld van een sticker die anderen op je plakken en het beeld van de gemiddelde mens. Een grappig beeld blijft beter plakken.


Het beeld dat jij in de spiegel ziet. Kan je dat zien zonder de sticker of waar de sticker soms toch plakt. Kan je zien en horen dat er allerlei zaken in de gedachtenkamer ontstaan? Kan je dat laten zijn? Geef jezelf het beeld van de fanfare en het podium, omdat je een einde van een pad bereikt hebt. Wat als jij je eigen fanfare bent?


Suitably yours,

Annelies



De trieste regenjas.

Soms heb ik je ineens aan

Zonder het op te merken kwam je rondom me

Na een tijd, soms pas dagen, merk ik op dat je me komt bezoeken


Je bent zwaar en duwt me naar beneden

Niet dat ik plat op de grond lig en niet meer kan functioneren

Maar alles voelt zwaarder en vraagt meer van me 

Het opheffen van mijn arm, daar heb ik extra energie voor nodig

Omdat de mouw van de jas op me weegt

De stof is zwaar alsof ze van steen gemaakt is


Soms merk ik je bezoek op door de sluimerende triestheid

Alsof het ineens de hele tijd zachtjes aan het regen is

Van die regen die je nauwelijks merkt als je in het bos of in de open natuur wandelt

Ze maakt je niet echt nat

Maar heel geleidelijk aan gaat de glimlach van mijn gezicht

Heel subtiel voelt het alsof de fonkeling uit mijn ogen verdwijnt

Heel traag voel ik me en mijn hart kouder


Het beeld dat ik van mezelf heb begint enkel in mijn hoofd te bestaan

Ik weet niet meer hoe ik eruitzie

Ik herinner mijn spiegelbeeld niet meer

Het is alsof deze beelden niet meer bestaan

En als ik echt geheel in de jas zit

Heb ik de indruk dat deze ontmoetingen met mezelf in de spiegel 

Nooit hebben bestaan


Je bent subtiel maar wel dominant 

Je neemt niet bewust of duidelijk de boventoon 

Ik doe nog steeds de dingen die ik zou gaan doen of die ik wou doen

Maar je geeft ze een andere kleur

Of je neemt er eerder de kleur uit

Heel geleidelijk aan ben ik ineens in een zwart-wit film

Die eigenlijk de waarheid, grijs, laat zien


De vraag waarom ik doe wat ik doe

Is ineens heel belangrijk geworden

De diepere passie en motivatie lijkt er ineens niet meer te zijn

Ik merk dat ik het niet meer boeiend vind

waar ik ergens nog herinner dat ik dat wel vond

Het plezier van aandacht in het moment is weg


Anderen zijn ver en anders

Ze handelen zwart als ik wit doe 

Of andersom


Ik hoor me dingen denken 

Die ik niet wil denken

Maar het duurt lang voordat ik dit kan horen

En uit een vorm van respect luister ik naar wat ik niet wil denken

Ik wil wel naar je luisteren

Maar ik wil niet de gehele tijd horen


Dat ik alleen ben

Dat ik niet goed genoeg ben

Dat ik geen liefde waardig ben

Dat niemand me begrijpt

Je vertelt me dit zo vindingrijk

Elk element wat zich laat zien in mijn dagelijks leven

Zie je als een bewijs van deze stellingen

Ook al gaf ik aan dat dit me niet past

En waar ik van weet dat ik er niet achter sta


Ik ben dankbaar voor je herhaling 

Het is impressionant dat je in alles je zelfde punt ziet

Ik ben je dankbaar voor je bezorgdheid

Maar ik denk niet dat het bezorgdheid is

maar jouw angst en trieste gevoel


Je komt subtiel over mijn schouders hangen

Als een regenjas die bij elke outfit past

Maar eigenlijk leg je jouw angst en tristesse in mijn schoot.


Maar we hebben nooit een relatie opgebouwd

Ik ken jou enkel van mijn nieuwsgierigheid 

Naar jouw effect op mij

Maar ik weet niet wie jij bent

Waar jij van droomt

Of waar jij naar verlangt

Ik heb wel een vermoeden

Maar ik zou daar graag eerst willen over praten

Als gelijken


Maar door geleidelijk aan

Zonder aankondiging over mijn schouders te komen hangen

Maken we geen relatie

Waarin ik de antwoorden op mijn curiositeit naar jou te weten kom

Zelfs als wanneer je op me hangt

Of eerder leunt

Gebruik je mijn nieuwsgierigheid 

Als ingang om jouw triestheid bij me te leggen 

Maar jij bent de trieste regenjas


Je bent te groot voor me 

Of koos je deze maat omdat ik je dan altijd zou kunnen dragen

Soms hang je groot in de wind flapperend rondom me

Soms ben je met een band in mijn taille gesloten

Strak als een korset

Je kleur is nietszeggend of onopvallend

Omdat jij denkt dat je dan bij alles past


Suitably yours,

Annelies



Ik, Hier en Nu.

Steven Hayes hoorde ik net vertellen wat bewustzijn is. Hij vertelde ook hoe dit proces eruit ziet, wat bewustzijn laat ontstaan. Dit is zo waardevol en versterkt nog meer mijn denken. Normaal gezien post ik dat dan op sociale media. Ja, dat is hoe ik die communicatiemiddelen gebruik. Ik weet dat het in de kledingwereld belangrijk is om geregeld iets online te zetten. 


Het is zelfs zo, dat ik ervan uitga dat je niet met het project bezig bent als je niets post. Ik zeg niet dat je altijd alles moet posten. Voor een project ben ik nu makers en kunstenaars aan het verzamelen en als ik merk dat de website en de sociale media al maanden niet meer aangeraakt zijn, dan zet ik mijn hoop niet te hoog in. Om even verder te gaan met mijn sociale media strategie: als ik iets inspirerend, iets ogen-openend tegenkom, dan is dit een aanzet om een communicatieve oproep te maken op sociale media. 


Zoals ik schrijf in mijn communicatie van laatst: ‘Ideeën, visies en concepten inspireren me. Maar vaak vind ik ze nogal ideematig en conceptueel. Via mijn verbeelding laat ik die concreet en toepasbaar worden. Zo leer ik.’ Ik denk dat het me net inspireert, omdat het resoneert met iets in me. Door de oefening doe ik iets met die energie en breng ik het naar buiten. Ik kies ervoor om dit via mijn eigen ervaring, verbeelding, te uiten. Daar kies ik dan een foto bij. 


Die foto’s maak ik van momenten met kleding, die ik wil laten zien en laten zijn. Vaak is dat moment, waarop ik bewust met kleding bezig ben, het maakproces. Dat is een kleding moment wat ik wil vast leggen. 


Het inzicht van Steven Hayes over bewustzijn is dus sterker dan andere inspiraties. Dat ik dacht: open je laptop en schrijf een kleermakerszit. Bewust zijn is Ik, Hier, Nu. Dit ligt in lijn met wat ik eerder schreef als aanwezig zijn bij dit, hier en nu. Dit leer je, onderzocht hij, door jij, daar en dan. Ik maakte tijdens zijn uiteenzetting een tekening van een breuk zoals ½. Ik, Hier en Nu staan bovenaan en Jij, Daar en Dan staan onderaan. 


Nu hoor ik alweer mijn analytische deel: waar staat die breuk voor, wat is de betekenis? Geen idee, dit is hoe ik de notities nam en het voelt juist. En bedankt voor je bijdrage, analytisch deel van me. 


Uit het onderzoek van Hayes blijkt dat wij die concepten leren door interactie en verbinding en zo ontstaat communicatie. En dat dit geen evidente dingen zijn om een kind aan te leren. Hier voor mij, is daar voor jou en andersom. Nu is nu al weer voorbij. En ik dat vraag om een jij. 


Als ik nu terug lees hoe ik bewustzijn omschreef: Dit, hier en nu. Hayes omschreef het als Ik, hier en nu. Dan is er een in de reeks die niet gelijk is. Dit en ik. 


Wauw! Dit is een spiegel. Dat mijn ik-deel onderdeel is van dit en niet gescheiden is door een breuklijn met jij. Ik schreef je al eerder dat ik uit een context kom, waar die breuklijn niet bestond. En als je die aangaf, dan werd dat hard veroordeeld. Dit is even het deel van mezelf wat nood heeft aan het zoeken naar de oorsprong. Dank je voor je bijdrage. 


Ik lees ook dat ik schrijf: ik dacht open je laptop. Ik weet dat dit grammaticaal niet correct is. Het is je en jou of ik en mijn. Wauw, dat dit in mijn schrijven zo eerlijk opduikt, terwijl ik net over dit onderwerp schrijf. Geweldig toch hoe ons zijn werkt? Eigenlijk kan ik enkel over mijn zijn praten. Ik ben dankbaar en vereerd deel te mogen zijn van dit zijn. 


De woorden dit, hier en nu gebruik ik dagelijks of bijna elk uur. Als ik aan iets begin: wat is dit, hier en nu? Voordat ik aan deze kleermakerszit begon is mijn verbinding met mezelf: is dit voor hier en nu? Heb ik hier genoeg verbinding mee? Is dit nu het moment? Heb ik nu al voldoende om dit te verbeelden? Wat is dit? Wat wil ik delen met dit? Waarom? Waarom nu? Waarom hier in deze vorm? Als ik deze vragen nu nalees, merk ik dat ik die stel om met mijn ik te verbinden. 


Ik ga testen wat het geeft als ik dit in Ik verander of de opening namaak.


Suitably yours,

Annelies



Vragen voor vragen

Ja, ik hoor je vraag en ik wil je nog wat meer vragen stellen, voordat ik er over na kan denken of ik deze ga beantwoorden. 


Het onaangename gevoel van het kledingstuk, had je dat ook tijdens het bestellen? - Ja.

Heb je dat dan gedeeld? - Ja.

Wat was de reactie? - Het werd een beetje weg gewuifd. 


Hum, ok. Ik ben aan het nadenken over de volgende vraag. Waarom heb je dit kledingstuk dan besteld, als het eigenlijk niet heel aangenaam zat? - Omdat het op maat gemaakt ging worden.


Is er je verteld hoe dit merk werkt? - Nee.


Ik neem dan aan dat je niet weet of het patroon dat je paste werd aangepast of dat er een nieuw patroon met jouw maten gemaakt werd of een andere werkwijze. Ik weet dat dit vrij technisch is, en wellicht buiten je kennisveld, en zo ook buiten je interesseveld. Toch ga ik de vraag stellen: heb je gevraagd hoe ze te werk gaan? - Niet echt; eerder hoe het voor mij zou verlopen. 


Ok, geen probleem. Er zijn trouwens geen goede of foute antwoorden. Ik geloof niet in die opdeling van de wereld. Maar we zitten nu met een kledingstuk wat jou een onaangenaam gevoel geeft op de rug en wat tegen trekt als je in de auto rijdt. Ik weet nog steeds niet of ik je vraag kan beantwoorden. 


Ik wil je wel even uitleggen waarom het me niet verwonderd dat het kledingstuk net daar onaangenaam zit. Op het moment dat je jouw handen op het stuur legt, gebruik je de maximale capaciteit van twee technische punten van de jas. Door je armen naar voor te brengen ga je op de limiet van het armsgat druk uitoefenen. Je moet eens kijken als je een top zonder mouwen draagt en plaats dan je hand waar je armsgat zit. Vervolgens strek je de arm en dan zal je merken dat hij tegen de hand duwt. Bij het maken van een patroon, met een mouw en armsgat, is dat een technisch veeleisend punt.  


Daarnaast is de spier op je rug, die je gebruikt om je armen naar voor te strekken, een gekke spier. Ik bedoel daarmee dat als je met je armen naast je lichaam staat, deze spier op zijn kleinst is. Wanneer je je stuur vasthoudt, is deze op zijn grootst. Dus bij het maken van het patroon is het dus zoeken naar een balans in elegant verwerken van de extra stof en ruimte die nodig is om met je armen te kunnen bewegen. 


Als je kijkt naar de kostuumgeschiedenis van het mannenkostuum, ga je zien dat de globale vorm niet zoveel veranderd is door de jaren heen. Maar dat er vooral gespeeld wordt met kleine details als de reveir, de lengte van de jas en de breedte van de schouder, mouw en rug. Die laatste drie zijn niet toevallig juist die punten waar jouw jas momenteel onaangenaam zit. Omdat dit een punt is wat veel technische eisen heeft, maakt elke ontwerper, kleermaker of merk daar zijn eigen antwoord op en benoemt dat een bepaalde stijl. 


Zoals je misschien wel weet is iedereen zijn lichaam anders. Dus een systeem dat voor iedereen werkt, gaan we niet vinden. Dat is de reden waarom ik mijn eigen systeem, waarbij je komt passen, heb. En zo heeft iedereen zijn antwoord op die vraag. Het is als een recept voor brood: elke bakker heeft zijn techniek om een lekker brood te maken. En sommigen verkiezen het ene en anderen een ander. Dit om te zeggen dat je dus naar een bakker ging, waarvan het brood je niet geheel aanspreekt. 


Ik weet, geloof en aanvaard dat het leven een zoektocht is. Een pad naar ondersteunende mooie dingen die mijn leven laten zien en laten zijn. Hoe denk jij over het leven? Dat we oplossingen kunnen vinden voor problemen die zich aandienen?


Ja, inderdaad en soms is het ook aanvaarden. Om terug te komen op je vraag van het armsgat en de rug: ja, daar valt een oplossing voor te vinden. Maar ik moet die soms ook zoeken voor klanten. Er is geen oplossing die klaar ligt in de kast en die voor iedereen werkt. Dit is de onzekerheid waarin ik werk; de zoektocht. 


Hoe voelt het voor jou om iets te bestellen bij iemand die deze onzekerheid aanvaardt en tot op een zeker niveau met je deelt. Het verhaal dat ik mezelf vertel is dat je dat niet zou appreciëren of dat je juist daarom niet bij mij zou bestellen. Ik heb de indruk dat je het idee hebt dat het feit dat het kledingstuk nu onaangenaam zit, dit fout is en dat je twijfelt aan het vakmanschap van de maker. Ik heb de indruk dat mijn uiteenzetting hier, je het gevoel geeft van ja, ja dit zal wel allemaal. Maar ik zit nog steeds met een aankoop die niet aangenaam zit. 


Ik probeer je niet te overhalen om bij me te bestellen. Ik probeer voor mezelf te achterhalen of ik je vraag kan beantwoorden. Wat ik door vragen te stellen, en een beetje context, al voor een stuk deed. Maar de vraag voor mij is eigenlijk: hoe ga jij om met het nemen van risico bij jezelf of van een ander? Ik stel deze vraag omdat ik merk, doordat je hiermee naar me komt, dat het belangrijk voor je is. 


Je nam het initiatief om kleding te bestellen bij iemand nieuw, zo stelde jij jezelf bloot. Dit draaide niet zo uit als bij voorgaande ervaringen. En, ja, een kledingstuk wat niet aangenaam zit, ga je niet dragen. De ander nam het risico om voor jou een kledingstuk te maken. Hij gebruikte zijn systeem, gaf jou zijn brood. Nu je het brood proeft, is het niet jouw ding. Is het een kwestie van het juiste beleg of combinatie met andere dingen te vinden? Is het een kwestie van aan te passen waar mogelijk? (Hier vond ik geen brood vergelijking) Is het een kwestie van het lastig vinden dat het leven een zoektocht is? Is het een kwestie dat risico nemen een risico inhoudt? Is het een kwestie van het geloof in probleem en oplossing loslaten en de onzekerheid daarvan in de plaats zetten? 


Suitably yours,

Annelies



Ik huil als ik thuiskom.

Een paar jaar geleden realiseerde ik me dat wat ik dacht dat liefde was, eigenlijk het tegenovergestelde is. Ik dacht dat liefde hoorde te voelen als onverschilligheid. Je laat de ander zijn leven leven; zijn gedachten hebben, voelen en doen wat die voelt en doet, zonder je daar in te mengen. Je neemt geen aandeel in het (wel)zijn van de ander. je bent geen onderdeel in het leven van de ander, je staat los van elkaar. Dat was wat ik dacht dat liefde was en de relaties waar ik dan ook in investeerde.


Dus had ik mensen rondom me die niet echt naar mij luisterden en die geregeld iets in de zin van 'jaja, dat is Annelies met haar - ogen draaidende - dingen, ideeën en visies.' Voor hen was wat ik zei, deed of voelde niet veel waard en vooral ver van de waarheid. Als ik vroeg naar waar ik nood aan had, werd het vragen op zich veroordeeld. Hoe ik de wereld zag en ervaarde was fout en niet waar. Grenzen die ik aangaf waren als lucht of werden niet gehoord. Maar als ik een succes bereikte of een compliment kreeg van buitenaf, dan was het ook van hen; ook al hebben ze daar niet aan bijgedragen. Van de context waarin in opgroeide kreeg ik zelden een positieve aanmoediging; ik was al arrogant genoeg volgens hen. 


Ik moet je wellicht niet vertellen dat ik dit schrijf met tranen in de ogen en pijnscheuten door mijn lichaam. ‘Je huilt wanneer je thuiskomt', is de vrije vertaling van Marta Beck. Je hoeft me niet te koesteren of warm te houden om wat ik hier schrijf. Ik wil dat je dit leest en met jouw ogen kijkt wat je erin kan zien. Omdat de context, waarin ik opgroeide en van mezelf vervreemde, overduidelijke gelijkenissen heeft met de huidige mode en kapitalistische context. Als we een levensondersteunende relatie met aankopen willen ontwikkelen, vind ik het belangrijk om stil te staan waar we nu staan. 


Wordt er naar je geluisterd in de verkooprelatie? In de online of snelle verkoop is contact en een gesprek afwezig. Dan is het vrijwel onmogelijk om te luisteren naar elkaar. Ik heb jaren ervaring in de verkoop en ik heb een hekel aan dingen herhalen, omdat de ander niet luisterde. Als je het niet verstaat, dan is het aan mij om andere woorden te zoeken. Maar niet luisteren, is niet aanwezig zijn. Ben ik en de ander aanwezig bij dit hier en nu in de verkooprelatie?


Als je jouw idee of visie deelt, hoe wordt deze onthaalt? Als ik tijd heb om te flaneren, vind ik het fijn om winkeltjes van de ontwerper/kunstenaar binnen te gaan en een gesprek te voeren. Wellicht stap ik binnen met het idee om te doen waar ik van hou: een diep ontwikkelend gesprek voeren. Dus neem ik het risico om het gesprek in die richting te sturen. Vaak vang ik bot. De kunstenaar wil vooral zijn visie aan me opdringen of vindt die van mij naïef. Hoe luister ik naar anderen en andersom?


Is er ruimte voor hoe jij de wereld ziet, ervaart en aanvoelt? De meeste producten die we toelaten in ons leven, zijn ontwikkeld zonder dat wij inspraak hadden. Is er ruimte voor mijn ervaring en voor die van de ander? is er ruimte voor jouw ervaring? Is er een productontwikkelaar, ontwerper of merk dat een product aanpast als het niet blijkt te voldoen aan mijn verwachtingen? 


Is jouw waarheid een waarheid in de interactie? 'Ja, dat is een mooie visie, maar je moet begrijpen dat wij gewoon snel en effectief geld willen verdienen’, zei een verkoper letterlijk tegen me. Dan bewegen we toch als maatschappij naar een wereld waar een paar snel en veel geld verdienen en de anderen hoogstens een radertje zijn in hun effectieve machine. Iedere zijn wereldbeeld mag er zijn, maar daar wil ik geen deel van zijn. Dus ik herhaal: is mijn waarheid een waarheid en zo ook deel van de interactie?


Hoe gaat de ander om met jouw vraag en hoe jij met die van zijn kant? Geef me geen opties op een website, staalkaart of in het gesprek, die dan later toch niet mogelijk zijn. Ik begrijp ook wel dat dingen kunnen veranderen en dat leveranciers soms niet kunnen leveren. Maar stel me niet de vraag om te kiezen als er eigenlijk geen keuze is. 


Wordt er stilgestaan bij jouw wereld/mensbeeld; is de relatie zo dat jij daarin verder ontwikkeld? Weet jij de limieten in de verkooprelatie en weet de ander dat jij grenzen hebt? 

Neemt ieder in de relatie enkel wat jou genot geeft? Zijn de concepten ik, jij en wij duidelijk, voor iedereen? Moedigen we elkaar aan met persoonlijke, concrete en duidelijke complimenten? 


Jarenlang begon ik te huilen als ik alleen in mijn kamer was of thuiskwam. Pas als ik met mezelf was, en er ruimte was om mezelf te laten zien en te laten zijn, kon ik deze lastigheden laten zijn. Door de boosheid en frustratie toe te laten, kan ik zien wat me die gevoelens gaf. De onverschillige manier van met elkaar omgaan in deze kapitalistische maatschappij. Dit raakt me diep; niet gezien worden om wie je bent; niet gezien worden om wie ik ben.


Omdat structureel niet gezien worden om de mens wie je bent, de spiegel waarin je jezelf zou kunnen zien stuk maakt. Zoals je weet is mijn doel jezelf te laten zien en te laten zijn. De ander is deel van jezelf laten zien en laten zijn. Een visie, idee, mensbeeld, ontwikkeld door het te delen. Een mens ontwikkelt door om te gaan met anderen, dus onverschillig met elkaar omgaan is volgens mij een misdaad tegen de menselijkheid. 


We, jij en ik, zijn niet verantwoordelijk over hoe anderen zich gedragen. Maar als we kiezen voor de aankoop van levenslange producten, is het nodig om te kijken hoe de verkooprelatie nu is. 



Suitably yours,


Annelies



Wat raakt je? 

Ik neem je even mee in een denkoefening, maar maak ook gebruik van gelijkaardige situaties die je in je leven meemaakte. Ik stel je voor aan persoon A; een stabiel aangenaam persoon die je een fijn gevoel geeft wanneer je ermee in aanraking komt. En persoon B; een persoon die is opgegroeid in een context waar hij veel kritiek kreeg, waar zijn ouders uit het niets boos op hem werden en die iets probeert te maken van zijn leven. Ik ga je meenemen in enkele situaties, waarin A en B verkeren en jij verbeelt hun reactie op de gebeurtenissen. Als ik de situatie omschrijf hou ik het dus gemakkelijkheidshalve bij een persoon. 


Situatie 1
De persoon gaat naar de supermarkt en koopt een brood. Bij de betaling wordt de kassabediende boos en scheld de persoon uit. Persoon A zegt dat het niet oké is om op een dergelijke toon tegen hem te praten en dat als er iets niet ok is, dat de kassabediende dit mag delen. Het schelden gaat verder. Persoon A betaalt en gaat weg. Als deze thuiskomt vertelt hij met verwondering aan zijn partner wat er net gebeurd is. Persoon A maakt de beslissing daar geen boodschappen meer te doen. ‘Huh, ging jij ons niet laten verbeelden hoe hun reactie is?’, hoor ik je denken. Jazeker, want hoe voel jij je in de beide personen? 


Persoon B komt in dezelfde situatie terecht. Dit triggert en raakt persoon B heel erg. Persoon B is een vriend van je; maanden later passeren jullie samen die supermarkt. Hij vertelt je dat hij daar niet graag heen gaat. Wat doe je? Wees zo specifiek mogelijk.


Situatie 2

De baas van de persoon geeft feedback op een document dat de persoon in kwestie maakte. De baas zegt: ‘Ik zie dat je hard gewerkt hebt, het is een goed document. Er zijn drie alinea's die ik heb aangeduid, die je even zou moeten herbeoordelen. Ik begrijp wat je wilt zeggen, maar ik vind ze nogal onduidelijk geformuleerd. Het moet pas volgende week vrijdag af, dus dat komt in orde.’ Persoon A vraagt om meer uitleg en wat de baas specifiek niet duidelijk vindt. Vervolgens gaat hij daarmee aan de slag. 


Afhankelijk van wat persoon B deed met situatie 1 is zijn reactie verschillend. Dit is wat ik wil aantonen met deze oefening. De vraag is: maakte persoon B gebruik van de eerste situatie om een deel van zichzelf eigen te maken of niet? Het gaat niet om het resultaat, maar of je die situatie aangreep om jezelf te laten zien en zo ook te laten zijn. 


Ik ga proberen om concrete voorbeelden of uitleg te vermijden, omdat ik wil dat jij jouw stem hoort in dit. Dus herlees de twee situaties en leef je in in persoon A en persoon B en schrijf op wat je denkt, doet en voelt en welke volgende stappen je onderneemt. 


Deze oefening gaat over getriggerd zijn, of worden, en dat dit eigenlijk een opening is om jezelf te leren kennen. Het feit dat iets je raakt, is omdat het resoneert met iets in je. En dat ‘iets’ is volledig van jezelf. Mijn indruk is dat we in deze op prestatie en macht gerichte maatschappij, dit leren wegduwen. Ik denk dat we in deze maatschappij allemaal als persoon A verlangen of zelfs verwachten te zijn. Maar door te focussen op macht en prestatie kom je niet van B naar A. 


Persoon A en B zouden focussen op macht als ze de situaties willen controleren. Er de macht over hebben en zo ook over de ander. We hebben totaal geen verantwoordelijkheid in hoe de ander zich voelt en gedraagt, wel in hoe we de ander zijn leven aanraken. Macht gaat over het idee dat je wel invloed en impact hebt, door hoe je de ander zijn leven aanraakt. Ik raad je het tegenovergestelde focus aan. Focus op hoe je de verantwoordelijkheid neemt over hoe jij de ander zijn leven aanraakt. 


Persoon A en B zouden focussen op prestatie als ze hun acties afmeten aan hoe de ander zich gedraagt. Dit is uiteraard verbonden met macht. Het is een focus op resultaat dat het pad naar jezelf in de weg staat. Vaak zit dit in een zwart-wit beeld. Ik moet kritiek vermijden, want kritiek wil zeggen dat het fout is. Ik moet zorgen dat niets me raakt, want geraakt worden is een teken dat ik het doel niet bereik. 


Mijn doel of ideaal is zoveel mogelijk als persoon A de interactie met anderen aan te gaan. Om dat te bereiken neem ik momenten als die mijn persoon B triggeren aan. Daarmee bedoel ik dat ik deze ruimte en aandacht geef om me te laten zien wat zich laat zien. Door te aanvaarden dat ik persoon B ben, kan ik daar de liefde en warmte aan geven die het nodig heeft. Wat in het geval van macht en prestatie totaal niet aan de orde is. En door die compassie kunnen de emoties en ervaringen van persoon B stukje voor stukje zijn en kan ik persoon B in mezelf laten zijn. Op die manier maak ik de opening om in situatie 1 het contact met mezelf te behouden en persoon A te laten zien. 


Wat raakt je? 


Suitably yours,

Annelies of AB



speelveld.

Ik heb je al eerder het beeld van de kapper en honger gedeeld. Ik heb honger en ik krijg van de ander het adres van een goede kapper. Dit beeld kan je zien in verschillende situaties en het laat je verschillende delen van jezelf zien. Omdat het gewoon toont wat er kan gebeuren al we onszelf als mens laten zien. 


In de tijd waarin we nu leven staan controleren, perfectie en niet-menselijkheid hoog in het vaandel. Dus de situatie van de kapper en honger is vervolgens een probleem en zo ook fout en negatief. Ik ontken niet dat het lastig is om in die situatie te vertoeven, maar er is zoveel te ontdekken dat ik, door al het ontdekken en ontleren, het niet als negatief kan beschrijven. 


Het eerste exploratiedomein is het weten. Weet de ander dat hij mij het adres van een kapper geeft? Ben ik mij ervan bewust dat ik honger heb? De ander kiest bewust om een goede kapper aan me door te geven; wat is goed? Hoe weet hij dat die kapper ook goed voor me gaat zijn? Weet jij wat hier gebeurt? Je hebt een behoefte en het antwoord lijkt deze totaal niet te beantwoorden. 


Het volgende is het afwijzen van het adres voor de kapper. Is het afwijzen, afslaan, afkeuren of weigeren? Hoe ervaart de ander mijn reactie? Welk deel komt voor hem naar boven in het afwijzen van het adres? Op welke manier deel ik, maar ook de ander, die afwijzing? Een ‘nee’ met de ondertoon van bovenstaande woorden heeft telkens een andere intentie. De kunst van het afwijzen is het zonder enige onderliggende veroordeling te doen. Bedankt en nee, dit is niet wat ik zoek. Door af te wijzen zet ik de deur open naar de oplossing voor mijn honger. 


Een volgende laag is: kan ik vragen waar ik nood aan heb? Kan ik, na het erkennen dat ik honger heb, vragen om hulp bij mijn nood? Kan ik vragen naar waarom de situatie lastig is voor mezelf en de ander? Verwacht ik dat de ander dit vraagt? Als het adres van de goede kapper een antwoord is op mijn vraag; was deze dan duidelijk? 


Wat geef ik in de situatie? Is de daaropvolgende vraag. Nu kan je jezelf afvragen als ik honger heb: wat geef ik dan? Communiceer ik de honger? Welke onderliggende laag geef ik mee? Verwacht ik dat de ander begrijpt in welke situatie ik zit? Hoop ik dat de ander me aanvoelt? Ga ik ervan uit dat de ander me toch niet wil/kan/zal helpen? Welke energie breng ik in de situatie? Ben ik boos, teleurgesteld, verbouwereerd door het antwoord van de ander?  


Kan ik wat de ander geeft ontvangen? Wil ik dat ontvangen? Wat is ontvangen in deze context, want ik heb geen kapper nodig. Wat geeft de ander mentaal door het adres van een goede kapper te geven? Kan ik dat ontvangen, en wat is dat dan? Hoe voelt het wat hij geeft? Is dit vrijblijvend, indringend, helpend, inspirerend, overnemend, …?


Geef ik om deze situatie of om de persoon? Door voor mezelf deze oefening te doen, ga ik anders om met onbelangrijke situaties. Stel dit gaat over een winkelbediende of iemand die ik totaal niet ken en wellicht ook nooit meer terug ga zien? Ik ga ervan uit dat de ander me het adres geeft vanuit goede bedoelingen, dus vind ik het belangrijk om aan te geven dat dit niet is wat ik zoek of waar ik nood aan heb. Zo weet de ander dat wat hij gaf mij in deze situatie niet vooruit hielp. Ik doe dit, omdat ik geef om de maatschappij waar we in leven. Ik zou willen schrijven dat ik de hoop hebt dat de ander daar iets mee doet, maar dat is het niet. Ik wil gewoon dat de ander weet dat dit niet is wat ik zocht. Ik geef, omdat ik geef om een menselijke maatschappij. 


Nog een andere laag is: kan ik me de situatie voorstellen? Als ik totaal opgeslokt ben door mijn beeld van de situatie, dan kan ik het mij niet voorstellen. Kan ik me inbeelden wat, hoe en waarom de ander me het adres van een goede kapper geeft? Kan ik me verbeelden, hoe grappig en absurd de situatie is? Zie ik het beeld wat ik je aan het begin van deze kleermakerszit liet zien? 


Herken ik het beeld, herken ik de situatie, herken ik de gevoelens? Is de herkenning binnen de situatie; deze persoon deed dat vorige week ook. Of juist binnen in mij: ik belandde wel al eens eerder in deze situatie. Wat brengt die herkenning bij me teweeg? Als deze persoon dit al herhaaldelijk deed; wat doe dat met me? Als ik me herhaaldelijk al zo voelde, wat kan ik voor mezelf doen of waar heb ik nood aan? Als ik me al herhaaldelijk zo gedroeg, wat kan ik hiermee? Wat laat dit mezelf zien en zijn? 


Wat als we nu eens gaan spelen met deze situatie? Ik raad je de hedendaagse consumentenmaatschappij aan als veld. Test wat je zou kunnen terugzeggen, doen en wat het met je gevoel doet. Onderzoek wat voor jou de diepere laag is; hoe je tegenover de ander staat. Het speelveld is wat, hoe en waarom weet ik, wijs ik af, vraag ik, geef ik, ontvang ik, zorg ik, verbeelt ik, herken ik en deel ik? De doelpalen zijn het adres van de goede kapper en mijn honger, want deze staan vast. Omdat dit beeld is wat er zich aandient wanneer we voor een menselijkere samenleving kiezen: alles er omheen is flexibel en staat open voor onderzoek en ontleren.


Suitably yours,

Annelies



Levenslang

Ik geloof dat langdurige verbindingen enkel kunnen ontstaan vanuit zelfaanvaarding. In elk domein van het leven pas ik dit toe: werk, vriendschap, relaties met dingen en dus ook met mezelf. De kleine dagelijkse momenten waarop we met kleding bezig zijn, bieden zich elke dag opnieuw aan als mogelijke keuzemomenten. De keuze zit hem in hoe daag ik op voor mezelf en de kleding in dat moment. De keuze zit hem niet in het feit of dit een zelfbewustwordingsmoment is of dat zelfbewustwording aan de orde is. 

Elke keer dat je een trui aantrekt kies je om jezelf te laten zien en te laten zijn. Ik weet dat jij op dat moment kan kiezen voor een langdurige relatie met jezelf en zo ook met de wereld. 


Voordat ik je meeneem wil ik enkele woorden als beelden uit de doeken doen; zelfaanvaarding, ik aanvaard mezelf. We bestaan uit delen, moods of wat je het ook wilt noemen. Ik kan zowel totaal in mijn drive zijn aan het werk en de ideeën springen uit mijn hoofd als ik kan ook het even niet meer weten hoe met mezelf om te gaan. Dit zijn twee voorbeelden van delen van mezelf. En zo heb ik er oneindig veel. ja, ik ben er me van bewust dat ik deze nooit allemaal ga ontmoeten, leren kennen en herkennen. 


Door mezelf te laten zien, ik kies ervoor om dat in elk moment te proberen te doen, laat ik een stuk van mezelf zien. Ik zweet als ik in de warme zon sta, is iets wat ik leerde. Ik voel mijn hart kloppen als iemand in een staat van paniek en stress iets met me deelt. Ik hou niet van te strakke kleding dragen als ik een gehele dag op een stoel moet zitten. Dit zijn dagelijkse normale informatiestukjes, maar dit zijn stukjes over mezelf. Die van waarde zijn op een moment dat ik naar een speech in de zon moet luisteren, omga met iemand in paniek of weet dat ik voor een lange tijd op een stoel ga zitten. Zo kan ik me daarop voorbereiden. 


Het doel is niet om tot de perfecte voorbereiding te komen en mijn innerlijke vlijtige liesje tot rust te brengen, maar om een relatie met mezelf te laten zijn. De perfecte voorbereiding zou maken dat ik niet zweet en het niet te warm heb (twee dingen waar ik niet bepaald gelukkig van word). Door te aanvaarden dat mijn lichaam op een dergelijke manier reageert op volle zon, kan ik zoeken naar manieren binnen die context die het voor me aanvaardbaar en goed maken. Ik kan daarin zelf doorontwikkelen, totdat die manieren mij wel gelukkig maken en dát is waarom ik deze kleine momenten zo waardeer. 


In die momenten doe je, als je ervoor kiest om op te dagen, één van deze drie dingen: ontmoeten, leren kennen en herkennen. Soms ontmoet je een nieuw deel van jezelf, zoals mezelf een uur per dag geven om vrij werk te maken; wat me energie geeft voor een gehele dag. Soms leer je een deel van jezelf beter kennen. Ik deed er een paar jaar over om nu hier eenvoudigweg te schrijven dat de volle warme zon lastig is voor mijn lichaam. En herkennen geeft je echt iets in handen om mee aan de slag te gaan. Doordat ik weet dat ik bepaalde kleding niet graag draag, als ik een gehele dag ga zitten, kan ik daar naar handelen. 


Een ander woord waar ik je een beeld wil bij geven is langdurige verbinding. Ik hou van het Engelse woord longevity. We zouden kunnen kiezen voor levenslang, maar in het Nederlands is dat een straf. Voor mij is het juist het tegenovergestelde: we zijn hier in deze context en nu in deze tijd met dit lichaam. We hebben levenslang gekregen met onszelf. Heel veel daarvan hebben we niet in de hand of nauwelijks tot geen impact op. Ik hoop dat je net als mij meer wilt in dit leven dat het levenslang uitzitten. Wat geeft waarde aan ons leven? De verbindingen die we maken met anderen, met concepten, met beelden, met dingen, met ervaringen enzovoort. Het is een primaire menselijke behoefte om erbij te horen. Het vraagt ons niet om te veranderen wie we zijn, maar om te zijn wie je bent. 


De keuze zit hem niet in het feit of dit een zelfbewustwordingsmoment is of dat zelfbewustwording aan de orde is, maar of je aanwezig bent bij deze kleine dagelijkse kledingmomenten. Hoe dan ook is het aantrekken van kleding iets wat je doet. Door het niet bewust te doen, laat je kleine verbindingsmomenten met jezelf liggen. Dit ga je niet onmiddellijk merken, maar op de lange termijn ga je jezelf verwijderd van jezelf vinden; als je daar bewust voor opdaagt. 


Ik was gisteren in gesprek met een vrouw. Ze doet haar job niet meer graag, maar heeft het gevoel dat ze vast zit. Ze zou graag een liefdesrelatie hebben, maar komt toevallig niet de juiste persoon tegen. Ze krijgt projecten aangeboden, maar ze heeft de energie niet om die aan te nemen. Wat ik voelde is dat ze van zichzelf verwijderd was. Haar oplossing was: ik moet gewoon meer fun en lol hebben. Ik vroeg haar: ‘wat houdt je nu tegen om dat te doen?’ ‘Geen idee’, was haar antwoord. Ik hoop dat ze in kleine momenten zichzelf kan ontmoeten, leren kennen en zo herkennen, om dan voor meer geluk voor zichzelf te kiezen. 


En hoe doe je dat nu, in een kledingmoment? Voelen wat je voelt door stil te staan en te luisteren naar wat kleding je kan laten zien en laten zijn. Wat hoor je wanneer je ‘s morgens je kleding aantrekt? Hoe voelt je lichaam als je de was aan het doen bent? Wat ruik je als je voor de spiegel staat? Wat ervaar je als je aangekleed bent? Wat zie je als je in jouw pyjama in de zetel ligt te mijmeren? 


Graag geef ik je de spiegel om jezelf te laten zien en te laten zijn; in deze kledingmomenten. 



suitably yours,

Annelies



Verstrijken tijdens het strijken

Ik had nog eens een event waar ik voor mijn werk naar toe ging. Het was de gehele week zonnig en warm, dus streek ik enkele dagen op voorhand een zomerjurk. Ik wilde deze graag dragen én het stuk paste goed bij het event. De ochtend van het event was het nog zonnig, maar in de namiddag verdraaide het weer: ineens was het koud. Van dat weer waarvan ik me op de fiets afvraag waarom heb ik mijn handschoenen niet heb aan getrokken. 


Het weer is belangrijk in mijn kledingkeuzes, omdat ik het niet graag te warm of te koud heb. Ik ben een introvert en kan me goed alleen bezighouden. Een event betekent anderen zien en leren kennen. Ik had er zin in, maar ik doe dit graag vanuit een comfortabel gevoel bij mezelf. Dus te warm of te koud hebben, is iets waar ik mij zeker op kan voorbereiden. 


Aangezien het in de werkcontext is heb ik de regel: draag je werk. De gejaagdheid van op het laatste moment beslissen wat ik ga dragen, en dan soms dat nog strijken, probeer ik te vermijden. Eigenlijk vind ik kwalitatieve kleding, als die van mezelf, strijken een ontspannende en mijmerende bezigheid. Als ik dat holderdebolder, voordat ik ga vertrekken, moet doen dan is dat plezier weg. Ik gun mezelf het plezier van op voorhand te bedenken wat ik ga aandoen en dit dat ook met aandacht klaar te hangen. 


Dit is een voorbereiding die me met mezelf verbindt. Sommige stuks maakte ik al jaren geleden. Ik probeer continu bij te leren of te ontleren dus dat verandert mijn techniek. Tijdens het strijken zie ik dus het verstrijken van de tijd en het versterken van mijn ambacht. Het is een fijn gevoel om te zien wat ik realiseerde, omdat ik me mijn gedachtengangen en bedenkingen vaak nog kan herinneren. Het is fijn op te merken dat het verstrijken van de tijd me dichter bracht bij waar ik wil zijn. 


Dus ik moest of wou een andere samenstelling van kleding kiezen, die me warm én op mijn gemak zou houden tijdens het event. Ik merk, in hoe ik dat moment aanpakte, ook het verstrijken van de tijd en groei. Ik zei tegen mezelf: ‘het is wat het is.’ Mijn behoefte om me comfortabel te voelen is: ik aanvaarde en vertrouwde wat ik voelde: het ís. 


Vervolgens opende ik nieuwsgierig mijn eigen kleerkast. Ja, echt met de insteek: wat zou hierin hangen wat past bij dit moment? Ik merkte dat ik niet vooraf ging plannen en puzzelen wat ik vermoedelijk heb hangen. Ik keek, in het moment, wat hangt hier? Wat past bij dit weer? Dit is te koud of hierop moet ik dan een jasje dragen, waar ik geen zin in heb. Dit is dan te warm. Ik vond een combinatie die ik nog nooit eerder maakte. Ja, als je kleding al tien jaar draagt, dan is dit een speciale gelegenheid. 


Wat ik er nu vooral in zie, en met je wil delen, is het verschil tussen twee zaken: mijn voelen staat het plan en denken in de weg óf mijn denken en plannen staat in functie van mijn voelen. 


Het idee dat we voor het grootste deel voelende wezens zijn, die af en toe denken, hoorde ik al vaker. Maar dit staat haaks op hoe onze samenleving georganiseerd is, dus nam ik net als de meeste van ons het idee over dat denken bovenaan staat. 


Je bedenkt een idee, visie of kledingoutfit en vervolgens plan je dit. Dan geniet je van de realisatie, maar omdat we als mens eerst voelen, blokkeert dit vaak het plan. De reden dat ons gevoel eerst werkt, is omdat overleven ons geen tijd biedt om alle opties te bekijken en vergelijken. Boem, hup, snel een beslissing en actie. Waarom geven we elkaar het advies: volg je gevoel bij belangrijke beslissingen. Waarden zijn woorden die waar aanvoelen. 


Ik vond het fijn om op te merken dat alle beslissingen in deze kledingkeuze gebaseerd waren op mijn gevoel. Mijn denken staat in functie van mijn gevoel. Hoe kwam ik daar? Door te voelen en het voorop te stellen. Door het verstrijken van de tijd te zien en mezelf te zien tijdens het strijken. 


Suitably yours,

Annelies



Plus-size

Gisteren ging ik samen met haar kijken naar paspoppen, want we hebben beide paspoppen nodig nodig. Voor mij is het belangrijk dat mijn werk, mijn oeuvre, mijn garderobe, zich daarop mooi presenteert. 


We maken en gebruiken die poppen in de kledingwereld om een abstracte voorstelling te maken van de persoon die het draagt. Een kledingstuk wat plat ligt of aan een kapstok hangt is vrij plat. Om dit iets levendiger, of met meer volume, te laten zien gebruiken we paspoppen. 


Die bestaan net als de meeste kleding in het matensysteem wat we gebruikelijk gebruiken. Er bestaan daar geen standaarden in. Het is vrij vrijblijvend wat de maten van bijvoorbeeld een veertiger zijn; toch doen we alsof dit standaard is. 


Dus om te kijken of de poppen onze kleding mooi tonen, namen we enkele stuks mee. 

Deze probeerden we de poppen aan te doen, wat in sommige gevallen al het probleem was. Door een andere maat te nemen, kon de pop wel in de kleding. Armen, hoofden en de steun, die als abstract been telt, werden gewisseld en vervangen. We praatten erover alsof het gewoon stukken en onderdelen zijn. 


Ik zocht een pop om mijn eigen kleding te laten zien. Ik weet ook wel dat ik niet perfect mijn maten ga vinden en momenteel is het niet prioritair dat die pop op mij lijkt, dus ik wou vooral kijken of het er mooi uitzag. Ik kon de pop met maat veertig niet gebruiken, want deze was te smal. Dat is het probleem met de huidige poppen die ik heb: doordat ik een andere vorm heb dan de pop komt de kleding niet mooi over op de poppen die ik heb. 


Mijn borsten lijken laag te hangen, er is rond de heupen (en eigenlijk bijna overal) een te veel aan stof. De taille van de poppen die ik heb en van de kleding komt ongeveer overeen of ik kan die toch min of meer in de taille positioneren. Mijn bovenlichaam is groter dan de pop, dus alle verhoudingen zien er niet uit. Het eindresultaat is dat het presenteren van mijn kleding op een pop enkel gaat voor een beperkt aantal stuks. 


In het wisselen van stuks en bustes vind ik één die de jurk die ik mee had op elegante wijze laat zien. Ze laat de jurk zien, zoals ik deze ontworpen heb, en komt in de buurt van hoe het is als ik deze draag. Het is de plus-size pop. 


Zonder mijn jurk aan ziet die pop eruit als de dikkere versie van de twee anderen, die ernaast staan. Mijn lichaam ziet er niet uit als die pop en daar ben ik blij om. Ik merk op dat ik in mijn hoofd direct de punten van vergelijking kan benoemen. Ik zeg dat ik even ga nadenken, voordat ik de poppen ga bestellen. 


Ik heb tijd nodig om na te denken over hoe ik mezelf vergelijk met de pop. Wat ben ik in godsnaam aan het doen. Een regel voor en met mezelf is: niet vergelijken, want het dood de creativiteit onmiddellijk. Als dit het effect op mij is, dan kan dit ook het effect op een ander zijn. Ik wil mensen inspireren om hun authentieke menszijn te laten zien en te laten zijn en een essentiële tool daarin is creativiteit. Dus het kan ook zijn dat dit hun creativiteit dan blokkeert. 


Het deel over de ander zijn aannames; ik heb daar geen verantwoordelijkheid in en over. Maar ik ben wel verantwoordelijk over hoe ik de ander zijn leven aanraak (aka wat ik laat zien). Ik probeer dit in lijn te doen met mijn waarden en dat is de authenticiteit waar ik net over schreef. 


Anderzijds vond ik het lastig dat ik een plus-size ben. We zeiden allebei: ‘nee, jij ziet er niet uit als die pop’, maar toch is dat iets met die maten. Niet dat ik een ander lichaam zou willen,  niet dat ik smaller zou willen zijn. Maar het is dat ik niet dat nummer wil zijn. Lees ook hoe ik dat hier schrijf: ik ben een plus-size. Nee, het systeem wat ze daar gebruiken presenteert mijn kleding het beste op de pop die zij als plus-size noemen. 


Het maakte, of zelfs maakt, dat ik me nu een dag later nog een beetje onzeker en wankel voel. Ik kan rationeel dit wel allemaal plaatsen en uitleggen. Ik voel me iets minder stabiel, de diepere aarding blijkt niet onkwetsbaar te zijn. Dit mag er zijn. Ik liet dit ook zijn door dit gevoel te delen met twee dichte mensen. Ik vertelde het verhaal, het doel en wat er gebeurde, zodat ze mij konden volgen. Maar ik durfde ook te focussen op hoe het mij deed voelen. 


Ik geloof en weet dat een lang leven met jezelf, je lichaam en je lichaamsbeeld de basis zijn van een garderobe die jou laat zien. Wat daarin zeker nodig is, zijn mensen met wie je je gevoelens kan delen en die deze helpen te laten zijn. 


Suitably yours,

Annelies 



tailormade by hand.png