kleding op maat

laat jezelf zijn - zien.

Atelier Annelies Bruneel ontwerpt en maakt Belgische mode met de hand.  Laat kledij maken voor de mooiste dag van je leven, of gewoon voor elke dag. Haute couture past ook in jouw kledingkast. 

anderen laten is jezelf laten zijn.

Ik merk op dat ik veel energie en tijd stop in het accepteren dat anderen niet hun verantwoordelijkheid nemen. Ik geef veel ruimte aan het plaatsen, verwerken of uitblijven van reacties van anderen. Ik herschrijf in mijn eigen woorden de slechte verwoordde feedback. Ik herkader de negatieve adviezen van anderen om toch tegen dat advies in te gaan. 


Ik merk op dat ik een impact probeer te hebben op zaken waar ik geen impact op kan hebben. Dat het grootste deel van potentiële klanten nog niet eens zijn schouders ophaalt bij wat ik laat zien. Dat de reacties op een vraag naar advies op één na conceptueel negatief zijn. Niemand van de negatief reagerenden had zelf concreet ervaren waar ze me een negatief advies over gaven. Ik had het nodig om dit kader te zien, zodat ik hun stroom aan negatief advies kon laten gaan. 


De balans tussen ‘ik heb dit nodig om het te laten gaan’ en ‘uitzoeken wat hun zou kunnen motiveren’, is waar ik me vaak in verlies. Om de een of andere reden lijkt het me altijd waardevol om open te staan voor anderen. Om hun beweegredenen ergens te begrijpen. Of misschien is het eerder het idee dat ik opensta voor anderen dat belang heeft. Vind ik het fout dat ik anderen hun visie niet op z’n minst binnen laat? Ik merk dat ik het ergens voel dat dit niet correct is. Ik kan toch niet van alle mensen op aarde, of laten we het kleiner maken, alle mensen rondom mij, hun ‘zijn’ kaderen. 


Waarom doe ik dit? Waarom houd ik me met de studie van de mensheid bezig? Wat wil ik daarvan leren? Hoe ze in elkaar zitten, waarom ze dingen doen en zeggen? En wat wil ik dan met deze info doen? Als ik het aan ze teruggeef, staan ze daar niet voor open. Dan krijg ik een reactie op iets wat ze niet willen/kunnen zien. Waarom kruip ik in die val? Omdat ik het kinderlijke geloof heb dat iedereen wil groeien en ontwikkelen. Dat als je iets aan jezelf ziet, dat niet in lijn ligt met wat je gelooft en belangrijk vindt, dat je dit dan aangrijpt om te leren. 


Laat ik dat laatste nu eens op deze situatie toepassen: Ik zie nu dat uitzoeken wat anderen motiveert (tot het gedrag dat ze laten zien) me niet helpt om de impact van hun gedrag te laten gaan. Dit is een punt, waar vanuit ik ga vertrekken om te leren. Nu merk ik op dat ik de neiging heb om dit met denken te doen. Maar dat denken, het uitzoeken van wat de ander motiveert, is net wat ik deed en wat niet werkte. Laten zijn, na wat ik liet zien. Ik laat zijn dat dit uitzoeken me weinig brengt. 


Ik kan wel mijn denken gebruiken om dit laten zijn te ondersteunen OF het af te leiden om niet terug in het uitzoeken te vervallen. Ik weet dat ik eigenlijk niet kan weten waarom een ander zich op een bepaalde manier gedraagt. Ik weet dat de enige manier is door met hen een diep gesprek over hun gedrag te gaan, ik dit zou kunnen laten zien. Maar zoals ik al weet uit eerdere ervaringen, willen/kunnen ze dat niet. Dus maak ik de conclusie, ik kan niet meer te weten komen over de motivatie van het gedrag van de andere dan hoeveel diegene bewust kan delen. 


Daarnaast weet ik dat oorzaak en gevolg los van elkaar staan. Dat dit uitzoeken een gevolg is van het niet weten of niet weten hoe met iemand om te gaan. De oorzaak van mijn gedrag zit in mij. Ik koos er (on)bewust voor om vanuit het niet weten hoe ik met iemand moet omgaan naar uitzoeken te gaan. Ik laat dit, dat ik niet weet hoe ik met onbewust gedrag moet omgaan, zijn. Sta ik nu niet weer aan het beginpunt? Ik schrijf dit vanuit een soort uitzoeken. Hoe kan ik dit anders verwoorden? Hoe voelt het wanneer dit gedrag zich laat zien? Er is verwondering, een gevoel van dit had ik niet verwacht. Ik merk ergens een herhaling op. Soms herhaalt de ander letterlijk of zijn er meerdere die hetzelfde advies geven en van daaruit vertrekt dat uitzoeken. Er is ook een gevoel van verbazing; ik vind het raar dat je zo een negatief advies geeft zonder dat je het ervaren hebt. Dat maakt dan een nieuwsgierigheid naar waarom geef je advies over iets dat je niet hebt meegemaakt. Ik vind dit bevreemdend, doen mensen dat echt: in hun eigen feedback zichzelf tegenspreken? Dit is het soort gedrag waar ik niet mee gezien wil worden, Waar ik erop let dat ik er niet in stap. Geef geen advies als je er niets over weet of kader het advies in wat je wel weet. Wees duidelijk in je feedback, tegenspraak is onduidelijk. 


Als ik nu nog eens probeer scherp te stellen op hoe dit voor me voelt, dan merk ik op dat dit uitzoeken gemakkelijk de bovenhand neemt. Het is alsof ik in een film zit, waarin de scène vanuit een helikopter is opgenomen. Eerst is er de focus op het detail, het advies en de feedback, maar geleidelijk aan wordt de focus wijder en wijder. Dit laat me zien hoe ver het detail van me was. Ik dacht ik vraag even snel advies over iets alledaags, nu blijkt dat we kilometers ver van elkaar staan. Dit had ik niet door. Het hoort bij het proces om feedback te geven, maar daardoor merk ik dat al de interacties die we ervoor hadden een monoloog van mijn kant was. 


Nu merk ik op dat dit me heel kritisch naar mezelf maakt. Waarom had ik niet door dat ik een monoloog had? waarom heb ik mijn gesprek niet aan de luisteraar aangepast? Wat maakte dat ik dacht dat deze mensen gelijkgestemden waren? Jij, als lezer, zou me nu vanuit jouw positie kunnen bekijken en concluderen dat ik de signalen niet door had of dat ik focuste op de verkeerde delen van de informatie. Maar ik kan je zeggen dat de ander aangaf deel te nemen aan het gesprek. Dat ik voldoende feiten had om aan te nemen dat we gelijkgestemd waren. Ik zou me nu opnieuw kunnen gaan verdiepen in de motivatie van de ander zijn gedrag of de verandering. Maar die is zich daar niet bewust van, dus ik kan dit niet te weten komen. 



Suitably yours,

Annelies 


We moeten groen zijn.

Het voordeel aan het ideaalbeeld van de westerse vrouw, is dat het onrealistisch is. Ter vergelijking is dat van de man binnen beperkte omstandigheden realistisch. Dat van de man zegt: hij moet sterk zijn. Sterk kan je zijn, niet voor iedereen in alle contexten realistisch, maar er zijn mannen die sterk zijn. Voor de vrouw daarentegen bestaat het uit tegenstrijdigheden, wat maakt dat het totaal onrealistisch is. Je kan niet twee tegenstrijdigheden tegelijk zijn. 


Spreek je mening uit, maar zorg dat je nooit iemand kwetst. 

Wees mooi maar niet te gemaakt, te overdreven mooi. 

Laat je moederlijke warme kant zien, maar wees geen moeder. 

Ga voor je ambities, maar wordt niet te bazig. 

Wees onafhankelijk, maar wij mogen wel om de 5 minuten vragen waarom je geen kinderen hebt.

Doe aan sport, maar wordt geen topatleet.

Ontwikkel je denken, maar denk niet dat je voor jezelf kan denken.

Zorg dat je al deze verwachtingen inlost, maar laat nooit merken dat het moeite kost. 


Ik hoop dat ik er geen tekening moet bij maken, dat deze verwachtingen door hun tegenstrijdigheid onrealistisch zijn. Deze zijn een vrije vertaling van het eerst onderzoek van Brené Brown naar vrouwen en schaamte. Zij benoemt dit als een web dat voor vrouwen gespannen is. 


Voor mij maakt dit dat ik ze gemakkelijk links kan laten liggen. Ik vind iemand die me deze instructies of verwachtingen meegeeft, gestoord. Ja, dat is het grootste deel van onze cultuur. Zelden worden deze zo letterlijk uitgesproken. De meeste mensen gaan dan wel beseffen dat ze gestoorde verwachtingen hebben. Een subtiele opmerking als: zij is te mooi, te intelligent of te warm en dan het gedrag van ik mag haar buitensluiten. Dat maakt dat we deze boodschappen opnemen, kennen en er op de een of andere manier proberen mee te leven. 


Stel dat ik nu zeg: alle mensen zouden groen moeten zijn. Ik zou producten kunnen ontwikkelen die je huid groen maken. Ik zou kleding enkel in groene kleur kunnen verkopen. Maar wie neemt me dan au sérieux. Ik hoop dat je dan denkt: die maakt gestoorde redeneringen. Een onderdeel waarom je me niet gaat volgen is, omdat ik alleen ben. Wie weet vind ik wel enkele volgers die mij in de wereld brengen omdat mijn visie in lijn ligt met hun levenspad. Stel ik ben met meerdere mensen die zeggen dat iedereen groen moet zijn. Je ziet zelf hier en daar groene mensen op straat of in je context. Doe je mee? Of vind je dit een belachelijk idee en bekritiseer je het? 


Wat als je daar nu eens niets mee doet? Wat als dat ideale beeld van de vrouw gemaakt is door iemand die ook wou dat iedereen groen is. Dat dit maar een idee is, net zoals er zoveel anderen zijn. 


Ik merkte in een gesprek met een vriendin hoe wij als muggen vastzitten in het web en dat soms gewoon niet door hebben. Het is door dat gesprek met haar dat ik het ook in eens doorhad dat ik zelf uit dat web moet stappen. Het web gaat niet stoppen te bestaan, wel als we er met vele uitstappen. Het gesprek met haar ging over vrouw zijn in een stad als Brussel, zelfs tien jaar naar femme de la rue, is dit nog niet echt veranderd. ‘We zijn altijd bezig met hoe de man naar ons kijkt, vanuit zelfbescherming’, zei ze. En ik dacht, nee dat wil en doe ik niet. Het is niet mijn probleem dat jij als je me ziet lopen me als een seksueel wezen zien. Het is uw keuze om de wellicht enige interactie die we ooit gaan hebben aan te gaan op deze manier. En doordat je dat gedrag laat zien, kies ik dat dit de enige interactie gaat zijn. 


Hoe stap ik uit dat web? Door blij te zijn dat het onrealistisch tegenstrijdig is. Als jij in een interactie van vijftig woorden en intimiteit van sexualiteit denkt te kunnen laten zien, dan ben je nogal groen. Het is zo absurd als iemand die zegt dat je geheel groen moet zijn. Maar soms hoor, voel en merk je enkel we moeten groen zijn. 



Suitably yours,

Annelies 


Ontknopen.

Ja, die verwelkte rozen hadden het kunnen maken tot een boeket of een paar bloemen die ik bijhoud. Tot frustratie van mijn minimalistische vriendin, houd ik uitzonderlijk mooie boeketten of betekenissen bij. Deze hadden daarbij kunnen horen; deze hadden het potentieel om tot een uitzonderlijke schoonheid te behoren. 


Maar ze deden het niet. Nu ik er zo naar kijk, met de vuilbak in de achtergrond, zie ik hoe mooi dat poeder zachte roze van hun fragiele blaadjes is. 

De knopjes die niet open gingen, eigenlijk zijn dat er vrij veel. 

Ik denk niet dat er meer bloemen zijn bijgekomen of zich hebben ontknoopt sinds het boeket hier aankwam. Er zat nog tands veel potentieel is. 


Als ik zelf bloemen koop probeer ik toch ook te kijken naar de nog ontknopende bloemen. Dat geeft je langer tijd om te genieten. Dan zijn ze langer bij je.

Het geeft me iets om naar uit te kijken. 

Het plezier wat ik voel om elke dag de citroen aan de boom te zien groeien, tovert de glimlach zelfs nu op mijn gezicht. 


De verdroogde bladeren lijken wel fijne zijde, dit is wat ik probeer te bereiken in mijn kledingwerk. De schoonheid van verdroogde bloemen, maar dit is marketinggewijs niet zo’n succes. Wie wil er nu uitzien als een verwelkte bloem; ik had het over verdroogde bloemen. Waarbij de schoonheid van de groei en ontknopen is gaan stilstaan. 

De fijne flexibele bladeren hebben hun vaste vorm aangenomen. 


Fragiel versteend. 

Doordat hun materie zo dun is kraken ze meestal bij het aanraken. 

Doordat ze verdroogd zijn werden ze harder. 

Is dat verstenen, uitdrogen en hard worden? 

Of is verdrogen naar een staat van zijn gaan, waarbij het nu langer duurt. 

Bloemen blijven langer verdroogd dat dat ze in bloei zijn. 


Drastische veranderingen, zoals ontknopen maken verdroogde bloemen niet mee,

of toch niet van binnenuit. Afgeknakt, in de vuilbak geduwd of ondergestoft.

Vervolgens niet meer als mooi beoordeeld.

Ja, je kan hier nu een emotionele verbinding gaan maken met deze bloemen

die je niet had toen ze op de tafel stonden. 

En dit je laten tegenhouden om ze weg te duwen in de groencontainer. 


Maar ze zijn niet uitzonderlijk mooi en de betekenis

is dat wat je er nu bij bedenkt. Als je ze weggooit. 


Hoe graag had ik niet gehad dat ze me raakten als de kleine citroen in de tuin.

Ik zou ze bijna bijhouden omdat ik hou van het verlangen dat ze mooi zouden kunnen geweest zijn. Ik twijfel boven de vuilbak omdat ik hier pas merk dat er geen enkele verbinding was. Ik kijk ernaar met de onrealistische hoop dat ze zouden ontknopen. 


Dat ze de kracht vonden om tot hun volle bloei te komen.

Of toch een aantal van de talrijke niet ontknoopte niet meer mogelijke mogelijkheden. 

Ik wou dat het anders was gelopen voor dit boeket. 


Hoop is enkel iets dat over de toekomst gaat.

Ook al probeer ik nu terug te denken en te onderzoeken: wat had ik kunnen doen, 

zodat dit boeket tot zijn volle bloei kon komen?

Ik had het water nog vaker kunnen vervangen. 

Of extra vitamientjes geven. 


Maar ik ga er als zo vaak vanuit dat het ontknopen van een bloem een natuurlijk evident proces is, een verder gevolg van het ontwikkelen van het zaadje. 


De knoop moet ontward worden, voordat de bloem kan ontpoppen. 

Hiervoor heb je heel veel innerlijke kracht nodig. 

Wellicht ook de kennis 

om te vragen of te lezen

hoe ondersteuning eruit ziet. 


En een duidelijk waarom je wilt ontknopen. 

of dat is toch waar ik kracht haal. 


Een boeket met een paar bloemen die bloeien is toch goed. 

Verwachten dat alles gaat ontknopen 

dat is toch te veel gevraagd.

Dat is lastig en wie of wat doet nu graag lastige dingen? 


Wel dat maakt je tot een boeket dat ik wil bijhouden. 

De schoonheid van een ontknoopte bloem. 

Vooral wanneer ik het proces heb kunnen, mogen zien

en het plezier kunnen delen van de schoonheid van die bloem. 


Je kan soms pas zien dat een bloem niet gaat ontknoppen als het geheel verwelkt is.

Of bij het verdrogen is pas duidelijk dat het ontknoppen zich niet gaat laten zien. 

Kan ik het pas laten zijn als de mogelijkheid tot laten zien verdroogd is. 



Suitably yours,

Annelies


Hoe voelt dit kledingstuk?

Vaak start ik mijn dag met luisteren naar een video van Tara Brack. Vandaag ging deze over los zijn van je lichaam. Hoe in je hoofd leven de standaard is in deze context. We zetten het denken, redeneren en plannen zo voorop, dat in je lichaam zijn totaal niet gebeurt. Het is het denken over de pijn, dat vaak het meeste pijn veroorzaakt. Het is het doemdenken over lastigheden die lastig zijn. Het is het rationeel verbinden van lichamelijke ervaringen aan cognitieve concepten, dat ons laat vastlopen in de relatie met ons lichaam. 


Dit bracht me terug naar waarom ik kleding denk. Ik merkte op dat het grootste deel van de mensen, om niet te zeggen iedereen, wanneer ze in de paskamer zijn gelijkaardig gedrag laten zien. Het moment dat ik vraag: ‘hoe voelt het?’ of ‘hoe zit de kleding?’ dan kijken ze naar mij of de andere persoon in de paskamer of de spiegel. Dat is toch even een vreemde manier om op de vraag: ‘hoe smaakt hetgeen je in je mond hebt?’ te beantwoorden, met kijken naar buiten. Het zoeken van het antwoord op de vraag hoe iets voelt buitenaf zoeken, vond ik frappant, maar herhaalde zich iedere keer. Van daaruit begon ik als kleermaker stil te zitten in mijn eigen kleding en te voelen hoe het voelt.  


‘Hoe voelt het van binnenuit om deze broek te dragen?’ Het gekke is dat als ik deze vraag stelde, dan gingen mensen met hun hand over de stof wrijven. De optie om binnen in je lichaam te gaan voelen, leek niet te bestaan. Of om het met Tara haar woorden te zeggen: “dat zijn we totaal verleerd.”


Soms gebeurde het ook dat een moment voor de spiegel veranderde in een lesmoment. Dat op de vraag: ‘hoe vind je dat deze vorm je staat?’ ik meer vragen kreeg. Als iemand gelijkaardige witte jurken aan het passen was, dan benoemde ik die iets technischer om eenvoudiger te communiceren. De jurk die uitloopt na de heupen, de jurk die volume geeft van in de taille, de brede rok met tule, de brede rok in tafta enzovoort. Ik weet dat ik hier en toen woorden gebruikte, die termen uit het vak zijn. Dit wekte interesse van de drager op en deze vroeg door. Uiteraard wil ik je dit vertellen, maar als je geen kledingkennis hebt is het niet eenvoudig om de informatie ergens aan te verbinden. 


In alle gevallen antwoordden ze niet op mijn vraag hoe het voelt, in die jurk, maar bleven ze in het denken en hun hoofd. Het was alsof ze rationeel iets wouden begrijpen of zelf visualiseerden in hun hoofd. Daarvoor heb je vakkennis nodig, die ze niet hadden. Ik merkte op dat door meer te denken en informatie te vergaren ze dit zouden kunnen verkrijgen. Wat enerzijds niet zo werkt en anderzijds hadden ze maar in de spiegel te kijken, zagen ze de visualisatie van wat ze rationeel probeerden te construeren. Ze droegen namelijk de jurk waar ik die naam aan gaf en waarop ze dan via denken deze probeerden te begrijpen. Ik begrijp ook ineens waarom ik daar gek werd. Kijk gewoon in de spiegel en je ziet en voelt wat ik beschrijf. Het was alsof hun denken hun voelen totaal in de weg stond. 


Ik weet nu niet of dat Tara dit zei, of dat mijn gedachten gestimuleerd werden door de hare, maar wanneer we in stress verkeren is er geen ruimte om te voelen. Het voelen brengt je terug naar jezelf en neemt de stress weg. Doordat we maatschappelijk niet voelen of in ons lichaam aanwezig zijn, komt er enkel meer stress. Wat ons opzich een overrompelend gevoel geeft, wat we niet voelen en zo is er meer stress. Dus adem in en adem uit, voel. Hoe voelt je lichaam. Hoe voelt het in je lichaam. Hoe voelt het in je kleding. 


Ja, kledingaankopen is een vorm van therapie de welke je terug in je lichaam brengt. Als je tijdens het passen voelt hoe de kleding zit: voel, voel en voel. Ja, je kan opmerken dat je denkt. 


Suitably yours,

Annelies


Rotsbeeld.

Mens zijn is je puzzelstukje in de maatschappij opnemen. Dit is een idee dat gestoeld is op het denkwerk van diverse anderen. Omdat het zo van mezelf aanvoelt, en doordat ik het herhaaldelijk tegenkwam, weet ik nu niet aan wie ik de gedachten kan toewijzen. Vandaar dat ik je even niet kan verwijzen naar de concrete bron.


Ik verwacht dat mensen tijd investeren in het laten zien en laten zijn van het puzzelstukje. 

Dit vraagt om een zelfbewustzijn: wat laat ik zien en laat ik zijn. Wat geeft en heeft de maatschappij aan me en wat kan ik. Dit kan trouwens heel breed zijn, dit is niet enkel economisch. Een buur waar je kan aanbellen om je even verder te helpen, iemand die je aan het lachen maakt, een menselijke herkenning en aanwezigheid. Bij een ander lijkt dat duidelijk. (On)bewust kijken de meesten mensen zo naar anderen; wie is dat en welk puzzelstukje neemt die in. Als je kan kiezen tussen twee mensen om de weg te vragen, ga je naar diegene waarvan je denkt dat hij je verder kan helpen. Deze keus is vaak gebaseerd op vrij oppervlakkige informatie. 


We kunnen ons allemaal wel een persoon voor de geest halen die duidelijk zijn puzzelstuk in de maatschappij weet en laat zien en zijn. Zonder daar diep over na te denken, stel je deze personen vragen of luister je met aandacht naar wat diegene brengt. Terwijl ik dit schrijf, merk ik dat ik mezelf terecht een vraag stel. Is dit wel echt zo? Dat iemand die dit zo duidelijk laat zien, dat hij dat ook laat zijn? 


Velen willen graag de maatschappelijke positie van aanzien, om raad gevraagd worden of naar opgekeken worden. Of met andere woorden: door de mensen om je heen jouw ervaringen en denken laten zijn. Wat jij leerde en ervaarde in het leven, heeft een extra laag van laten zijn, als anderen die laten zijn. Je geeft aan de maatschappij jouw zijn en dat laat je zien. Een gevolg daarvan is dat anderen naar je komen, omwille van wat je laat zien. 


Als ik kijk naar hoe dit in mij voelt om aan het laten zien en laten zijn van mijn puzzelstukje te werken, dan is dit gevoel wankel. Ik dacht dat dit kwam, omdat ik nog aan het zoeken ben naar hoe, wat en de andere vragen. Maar nu zie ik in dat dit deel is van jezelf laten zien en laten zijn, met als doel een betrouwbaar puzzelstukje in de maatschappij te worden. Ik dacht dat er ergens een punt in mijn leven ging komen dat ik het allemaal helder en duidelijk had, en dan voer je dat uit. Enerzijds is meer te weten komen en kiezen voor wat in lijn ligt met mijn waarden geen eindpunt, maar een weg. Anderzijds ben ik geen robot; er zijn de zaken waar ik naar streef en de realiteit van het moment. 


Dit maakt dat de menselijke herkenning en aanwezigheid, die ik belangrijk vind om te laten zijn in interactie, soms door het feit dat ik iets te laat vertrok of omdat ik aan iets anders aan het denken ben, zich niet laten zien. Ik leerde van Eckhart Tolle dat wie je bent de persoon is die waarneemt en opmerkt wat er in en rondom je gebeurt. Het feit dat ik hier met je kan delen dat tussen de intentie en de realiteit van het moment, toont dit waarnemen. Het is confronterend om op die manier naar jezelf te kijken, het is veel conformerender om vast te houden aan de intentie. 


Wat me helpt op een dergelijk moment met de spiegel in mijn gezicht is normaliseren. Dit is hoe het voelt om jezelf te laten zien en te laten zijn, als een boot op de zee, zoals ik in een voorgaande Kleermakerszit schreef. Het beeld van de persoon met aanzien, die als een rots in de zee staat, is geen correct streven. Omdat jezelf te laten zien en laten zijn aan de binnenkant anders voelt dan aan de buitenkant en omdat het beeld van de rots volgens mij meer ondervraagd mag worden. 


Ik heb de indruk dat de rots een geïdealiseerd beeld van intenties is. Toen ik het schreef, vroeg ik me af: ken ik iemand die zo voor me is? Ik denk in domeinen, wanneer ik behoefte heb aan raad of inspiratie ga ik opzoek naar iemand die me in dat domein verder kan helpen. Ik kijk op naar de manier, waarop iemand bijvoorbeeld een groepsdynamiek creëert, maar ik ga daar geen creatieve inspiratie voor kleding halen. Dus dit rotsbeeld, is niet zo dienend. 


Wellicht heb ik dat ergens in onze cultuur opgepikt. Een rotsbeeld van dit is stijl en elegantie. Een rotsbeeld van een succesvolle vrouw. Een rotsbeeld van mens zijn. Een rotsbeeld van een puzzelstuk. 


Suitably yours,

Annelies 


even stil staan en luisteren.

Deze is geen geschreven blog, maar een interview over wat ik eigenlijk doe in deze blog. Dank zij de heldere vragen van Beyond the bra podcast, kom je dit te weten. Geniet van het luisteren.

suitably yours,

Annelies

https://open.spotify.com/episode/5PAp5Fah43yZrkwkBVdb9m?si=psvX185NSQi6dDeQCgvqWw

Pijn. Pijn.

Dit is wat ik sinds een paar weken aan tegen mezelf zeg als ik merk dat ik gedrag stel waar ik niet achter sta. Mijn nieuwjaarsintentie, die ik zes maanden geleden stelde is: kies voor vreugde of eerder, bewegen naar vreugde. Ik maakte die intentie, omdat ik merk dat ik vaak een soort van gespannen serieusheid heb. Dit dient me vaak, maar het staat plezier en genieten soms in de weg. En dus dit jaar, waar al een deel van voorbij is, focus ik daarop. Bij dagelijkse keuze, maar ook in waarin ik me informeer. 


Eén van de eerste zaken die ik deed, was opmerken waarom ik niet naar vreugde toe beweeg. Eerder opmerken en waarnemen wat er gebeurt, welke keuzes ik maak wanneer een moment van potentiële vreugde zich voordoet. Dit was confronterend om op te merken. Ik merkte op dat ik ging oordelen, verwijten, verhalen voor de ander verzinnen; kortom gedrag waar ik niet achtersta. Ik wil dit gedrag niet vertonen en ik weet dat het niet goed voor mij, noch de ander, of onze relatie is. Maar kijk, daar stond ik dan, bij gedrag waar ik niet mee naar buiten wil komen. 


Dan kwam het deeltje ‘menselijk zijn’ naar mezelf. Ik ben geen robot die ik zelf kan programmeren naar de zaken waar ik naar verlang. Ik ben een mens en imperfect. Het is wel zo dat ik in dit gedrag, waar ik niet achtersta, geen anderen pijn doe. Indirect misschien wel, op energetische niveau, maar daar geldt ook weer: ik ben geen robot-engel. Ik vind het niet leuk dat ik oordelend, verwijtend, verhalen verzinnend in interactie met een ander sta, maar ik vertel die persoon niets over mijn gedachten. 


Bij mijn dichte mensen denk ik daar hard en diep over na, voordat ik dit deel. Omdat ik weet dat dit gedrag geheel van mij is. Het is natuurlijk wel zo als ik merk verwijtend te zijn, omdat de ander te laat is, ik er wel op mag wijzen dat de ander later is dan we hadden afgesproken. Maar ik wil dat doen op een manier die afgaat op de feiten en niet op de energie waar ik in zit. Soms is dit zo groot dat het delen van ‘je bent te laat’ en ‘ik vind dat niet fijn’ op een communicerende manier bijna niet gaat. Bij dichte mensen, kan ik wel die twee delen laten zijn: het deel van mijn energie en hoe het me raakt en daarnaast wat ik wil communiceren of vragen. 


Dus ik merk op dat ik soms als reactie op een uitnodiging tot vreugde, in niet-dienend gedrag verwikkeld raakte. Ik ging met elk van die individuele gedragingen zitten, omdat ik merkte dat ik het keer op keer deed. Dag oordelend deel van me, wat wil je me geven in het leven? Wat win ik met te verwijten? Wat haal ik uit het verzinnen van verhalen over anderen? Wat is jullie diepere drijfveer? 


Toen had ik een wondermooi gesprek over liefde. Deze delen van mezelf focussen op punten waar de mogelijke liefde verloren is gegaan. Ze gaan verwijten, oordelen en verhalen verzinnen als het echt elkaar laten zien en laten zijn, had kunnen plaatsvinden maar net niet gebeurde. Ik had nooit gedacht dat dit de reden was van mijn gedachten. Ik werd dankbaar voor deze gedachten. 


Maar dit wil nog steeds niet zeggen dat ik ze dienend vind. Ik schreef enkele Kleermakerszit geleden over het effect van de energie op een deelnemer van een workshop laten vallen. Dit is wonderlijk, hoe een andere onbewust toch ook die verwijten, oordelen en verhalen aanvoelt. Ik wist dat het goed zou zijn om deze te laten varen. Ik vind het dienend dat je focust op liefde, maar de manier waarop daar heb ik het moeilijk mee, omdat het liefde in de weg staat. Ik neem aan dat het liefde-zoekende deel van mezelf dat zou kunnen begrijpen. We hebben eigenlijk hetzelfde doel: liefde, maar verwijten, oordelen en verhalen verzinnen gaan me daar niet brengen.


Wat wel? Mijn eigen verhaal. Wat is hier van mij? Welke rol neem ik in? Ik verzin de verhalen, oordeel en verwijt, omdat het aan liefde ontbreekt. Dus in plaats van liefde zijn is dat waar ik naar streef. Dit is mijn verhaal, niet iedereen verlangt naar liefde. Wellicht daarom dat ze zich gedragen op een manier, die van liefde weg beweegt. Ik merk op dat ik weer een verhaal voor een ander verzin. Ik vind het pijnlijk dat anderen niet voor liefde kiezen, dit doet pijn. 


Nu ook tijdens dit schrijven, zei ik wanneer ik opmerkte dat ik verhalen aan het verzinnen was: pijn. Het moment dat ik opmerk dat ik verwijt, oordeel of verhalen verzin, zeg ik pijn. Meer krijg ik er niet uit. Het werkt genoeg om te laten zien, dat ik in een situatie zit waar niet alle partijen voor liefde kiezen. Dit is zo en dat is pijnlijk, maar ik kan enkel voor zelfliefde kiezen en de pijn erkennen van het niet-zijn in de liefde waar ik zou willen zijn. 


Suitably yours,

Annelies


Vuurtoren.

Als een vuurtoren,

Fier op het eindpunt,

Uitkijkend voor potentieel gevaar.

Waarschuwen wanneer er zich iets voordoet,

Dat zou richting een catastrofe gaan bewegen. 


Alarmen gaan af,

In de vorm van kritiek geven,

Of opmerken dat het anders toch beter zou zijn.

Ben je het daar niet mee eens?

Dit een was als vraag om verbinding te proberen maken.


Gloeiend rood wanneer het een foute boel blijkt te zijn.

Rood van kwaadheid en furi

Vol energie omdat dit totaal de verkeerde richting uit gaat,

Schiet ik in actie, 

Ja, je hebt gelijk. Hieraan moet iets veranderd worden. 

Dit is een foute boel. 


De alarm bellen en de rode gloed verdween nooit. 

Het was altijd een foute boel.

Er was altijd iets te vinden dat niet goed was.


Waarom ben je daar eigenlijk, Vuurtoren?

Wat is het eindpunt waar jij op staat?

Wat is de basis van je kritiek?

Waar kijk je naar uit?


Liefde. 


Wacht, wacht dit klank- en lichtspel gaat over liefde.

Is benoemen wat ik, anderen en de wereld fout doen 

Of potentieel gaan doen, liefde? 

Denk je dat ik groei door kritiek en (mogelijke) fouten in het licht te zetten?


Laten we duidelijk zijn mijn vriend, Ik vind liefde ook het allerbelangrijkste.

Maar staan schreeuwen aan de grenslijn ervaar ik niet als dat. 

Ik moet wel toegeven dat je uiterst nauwgezet bent.

Je manier van alles in het oog houden is torenhoog. 

Het vurige verlangen 

Toont zich in je onophoudelijk heid.

Je bent bijzonder waardevol, Vuurtoren. 


Maar ik neem even de tijd om je taal te leren kennen,

Zodat ik ze kan interpreteren. 

Ik weet dat je duidelijk wil zijn

Een zaken echt in het licht wil zetten.

Ik begrijp dat je wil rebelleren 

Tegen de liefdeloosheid, die zo talrijk is.

Maar ik heb, het is geen punt van kritiek,

Eerder een vaststelling.

Dat de stroom aan kritiek me soms onder een steen laat kruipen,

Een steen van ik- ben- niet- goed- genoeg,

Een plaats waar ik bewegingsloos zit

Een er van overtuigdt ben dat ik geen liefde waard ben.


Wat dus, als ik je intentie juist begrijp, er net naast ligt. 

Ik heb de indruk dat je wilt bepalen hoe anderen zich gedragen.

Dat de wereld zou moeten zijn zoals in je ideeën en visies.

Dat Jij, vanuit de ideale positie toezicht houdt op deze waarden.

Zou het kunnen dat het je grip geeft opm een situatie

Alsom deze in het licht te houden van je waarden. 


Mijn excuses, misschien ben ik toch kritisch naar je. 

Ik hou van je intentie en je vuur. 

Ik herken het zelf als deel van me. 

Maar soms kies ik ook het pad dat net naast de weg blijkt te zijn. 

Weet je wat, wat als wje samen de weg zoeken.


Jij hebt licht 

Een bekijkt vanuit een surveillance positie.

Ik kan je licht terug spiegelen. 

En samen kunnen we praten 

Over wat is liefde 

Een hoe laten we die zien en laten we die zijn.



Suitably yours,

Annelies


Boot in een storm.

Ik was een situatie aan het door analyseren en zo kwam ik tot het volgende punt. Dat trauma ontstaat door een (nog niet) ontwikkeld bewustzijn. De omschrijving van trauma die ik gebruik is: dit deel van mijn authentieke zelf is niet welkom (Gabor Maté). Bewustzijn is een doorleefde kennis van de concepten Ik, hier en nu (Steven Hays). Dus het concept dat me vandaag helder werd is dat wanneer Ik, hier en nu nog geen doorleefde kennissen zijn, ontstaat er trauma. Dit kan doordat je nog gewoon te jong bent om die concepten doorleeft te kunnen hebben of omdat je er niet je focus op legde. 


Ik probeer het je duidelijk te maken via een voorbeeld. Stel er gebeurt iets, bijvoorbeeld persoon A is emotioneel geraakt en gedraagt zich overstuur. Persoon B geeft om persoon A en wil er voor degene zijn, zo raakt het hem dat A geraakt is. Stel dat persoon B weinig tot geen ontwikkeld bewustzijn heeft, dan is er een emotie in hem en gaat hij een manier zoeken om daarmee om te gaan. Dit kan gaan van zich afsluiten tot verwijten maken of het uitwerken op een ander. Het wegduwen en focussen, op iets anders of tijdelijke verzachting in iets zoeken, totdat de emotie geheel je zijn laat zijn. Ergens heeft B dan nog wel het idee, ik wil er zijn voor A, dus gaat hij zich forceren. Maar elk ding dat A doet of zegt, veroorzaakt meer emotie bij hem en zo begint de cirkel terug van het begin. Als hij dan na een tijd toch rust of wat afstand heeft gevonden, denkt hij ‘met A is het enkel gedoe’ en dat vraagt te veel van me, ik stop ermee. 


Stel dat B wel focust op zijn bewustzijn. Het geëmotioneerd zijn van A raakt hem nog steeds. Door de kennis van Ik, Hier en Nu - of eerder - gebruikt hij deze als steunpilaren om wat hij wil te realiseren: er zijn voor A. Ik twijfelde om het woord realiseren te gebruiken, omdat het zo kan zijn dat dit realiseren enkel voor B telt. Het kan zijn dat A dit zo niet ervaart, maar dat is niet hoe B de situatie beoordeelt. Dat is een deel van Ik-bewustzijn, wat mijn intentie is en hoe ik deze realiseer, de realiteit die ik beoordeel. Verder gaat B zich bewust zijn van zijn emoties, op basis daarvan beslissen wat te doen. Dan kijkt hij naar wat is in het Hier. Soms staat dit het doen, wat zijn ik vraagt, voor een stuk in de weg. Misschien zou B tijd willen om zijn emoties te voelen en daar ruimte aan te geven, maar doordat het Nu niet goed gaat met A, is daar Hier geen ruimte voor. Dat neemt niet weg dat B even een paar momenten kan stilstaan bij zichzelf en binnen de context die er is, toch die ruimte kan geven. 


Ik wou je graag schrijven dat B wanneer hij focust op bewust zijn, dat zijn leven eenvoudig is en als je intenties duidelijk zijn, dat het allemaal vlot loopt. Mijn ervaring is dat het veel meer van me vraagt om het tweede voorbeeld te laten zien. Het als een boot op een wilde zee van Ik, Hier en Nu en intenties en waarden. Beweeg je voorover naar een deel, dan haalt een golf van een ander onderdeel je weer bijna onderuit. Soms val je, soms herbekijk je de situatie achteraf en merk je dat er een deel is dat je niet geheel bewust helder had in dat moment. Soms merk je dat het water, of de storm, niet zo heftig is als het vroeger voelde. Soms merk je dat je best wel rustig blijft tussen het heen en weer slingeren en dat je daar met een ander soort trots op terugkijkt. 


Een trots die heel persoonlijk is, omdat het zo binnenin zit. Een fierheid op mooie zinnen die ik maakte in het gesprek, op het feit dat ik langer zweeg en zo vertelde de ander zaken die nieuw voor me waren, op de verandering in energie die ik bracht, het feit dat ik de spiegel van de ander kon inkijken, dat ik durfde een mopje te maken over de situatie, dat ik het niet persoonlijk nam dat een opmerking in het niets viel, dat ik totaal niet wist wat te doen, dat ik niets deed en dat dit bleek te zijn wat nodig was, dat ik de juiste actie stelde op het juiste moment, dat ik met een hoofd vol vragen en onzekerheden zat, dat ik het risico nam om iets te doen en niets te doen, dat ik deze onzekerheid liet zien of liet zijn. In mijn zoektocht om om te gaan met deze onzekere onduidelijkheid kwam ik de beste verheldering tegen: dit is hoe het is en er is geen duidelijk pad of voorgeschreven systeem. Het is een feit dat bewust leven gewoon is als een boot op zee. 


Als je niet bewust bent van het feit ‘Ik ben Nu’ een boot op zee en ‘Hier is de storm’, dan overrompelt die storm je, zoals in het eerste voorbeeld. Alle gedrag, gedachten of gevoelens waar ik fier op ben, hadden onderdelen kunnen zijn waarop ik concludeerde ‘dit is hier niet welkom.’ Doordat ik hoopte dat het een eenvoudig en stabiel pad zou zijn, wat onze cultuur ook voor een stuk meegeeft, maakte dat de boot in de storm als fout aanvoelde. En als iets fout is wil ik het graag verbeteren of oplossen. Ik zoek hoe ik het anders kan doen, hoe kan ik toch dat stabiel pad bewandelen? En het is die drang die me naar de reacties van de onbewuste B leiden, wat dus een gevolg is van niet-weten dat we een boot in een storm zijn. 


suitably yours,

Annelies


Emotie als ingang.

Ik was ervan overtuigd dat mijn waarneming neutraal is en dat het verhaal dat ik ervan maak mijn waarheid/verzinsel is. Nu schrijft Jinpa Thupten dat het verhaal in je gedachten zeer bepalend is voor je waarneming. Als met een soort van bril zie je hoe je zelf de verhalen en aannames bewijst. Ik weet natuurlijk ook wel dat ik niet alles in deze wereld kan waarnemen, dus dat er een selectie is. Maar dat deze zo sterk door je emoties bepaald wordt had ik nog niet zo duidelijk ervaren en dat net die emoties ook de ingang zijn om richting te geven. 


Er was een kind in de groep dat ik niet begreep als hij iets zei. Na verschillende pogingen van nieuwsgierigheid kwam ik er achter dat hij vaak in het Frans communiceerde en totaal buiten het gesprek dingen zei. Op de vraag wat de kinderen opviel in de natuur antwoordde hij pasta en pizza. Wanneer ik doorvroeg naar waar hij die had gezien, herhaalde hij die drie woorden. 


Na de nieuwsgierigheid kwam de ergernis naar dat gedrag toe. Het blokkeerde het groepsgesprek, niemand begreep er iets van. Hij zelf leek ook niets te hebben aan zijn bijdrage. Ik vind het belangrijk dat elk kind kan ontwikkelen in zichzelf laten zien en laten zijn, dus gaf ik hem op zijn beurt het woord. Maar het was niet altijd evident om de groepsdynamiek en zijn individuele noden samen te laten lopen. 


Na een aantal dagen sprak ik zijn mama er op aan. Ik benoemde concreet waar ik lastigheden mee ondervond. Ik kan hem niet verstaan, zijn articulatie maakt dat ik het niet versta en zijn antwoorden zijn niet een respons op de vraag. Ik deed wat ik kon, maar zijn moeder is verantwoordelijk voor hem. Meer dan dit duidelijk met focus op het gedrag benoemen wat het probleem is, kan ik niet doen. Ik verwacht van kinderen van die leeftijd dat ze kunnen articuleren en min of meer bij het onderwerp van de vraag blijven. Dat hij dat niet deed, gaf ik aan de moeder mee. 


Geleidelijk aan merkte ik dat ik hem beter verstond, zowel individueel als in de groep. Dat de anderen ook op hem inpikten. Dat er communicatie ontstond tussen hem en mij, hem en de anderen en de groep. Ik moest niet meer mijn nieuwsgierigheid passeren om met hem in interactie te gaan. 


De reden dat ik de moeder had aangesproken over zijn gedrag is, omdat je als moeder niet weet hoe een je kind zich in een groepscontext gedraagt als je er niet bent en omdat ik het belangrijk vind dat hij zichzelf kan laten zien en laten zijn. Voor mij stond zijn communicatie dit in de weg. Doordat ik het deelde met de moeder, liet me dat ook een ander deel van de interactie zien. Ik had verwachtingen en doordat die zich keer op keer niet inlossen, had ik ergernis. 


Bewust koos ik ervoor om deze niet aan het kind in kwestie te geven, maar energetisch deed ik dat toch. Vandaar ook dat ik de moeder erover aansprak. Ik had in dat gesprek de verantwoordelijkheid bij haar gelegd. Het is aan haar om met wat ik geef als feedback iets te doen. Blijkbaar was dat uitspreken tegen de haar, voldoende voor mij om weer neutraal naar het kind te kijken. 


Het was mijn emotie van frustratie en ergernis dat mijn gedachten van verantwoordelijkheid (communiceren is deel van dit lesgebeuren) aanwakkerde om te zien wat er spaak loopt in de interactie met hem. Het was de moed om in mijn waarden te staan die me aanmoedigde om de bevindingen te delen met de moeder. Door dat te doen liet ik het zijn. Dit was hoe hij zich hier en nu liet zien en het is aan mij om dat te laten zijn. 


Ik merkte, voordat ik de moeder aansprak, dat ik kritisch werd over dat kind tegen collega’s. Een stuk vanuit de vraag ‘hoe ga jij daar mee om?’ maar als ik er nu eerlijk naar kijk, vooral omdat het me frustreerde en ergerde. Het is niet evident om bij kinderen van die leeftijd een groepsgesprek en dynamiek te maken, en als er dan een is die omwille van onkunde dit totaal overhoop haalt, kan ik geheel opnieuw beginnen. 


Mijn frustratie was terecht, maar door het kritisch zijn merkte ik op dat er iets voor mij moest veranderen. Ik wou niet vanuit die emotie voor een groep staan, want dat verandert mijn waarheid en mijn verhaal wat dan opzich weer mijn waarneming kleurt. Wat als dit kind de kleding is die nu in de winkels hangt? Wat als ik uit die kritiek stap, waarvan mijn frustratie en ergernis de basis is? Wat als ik gewoon laat zien en laat zijn dat is wat zij doen, zeggen en me laten ervaren en dat is hun verantwoordelijkheid? Wat als je emoties als ingang gebruikt?



Suitably yours,

Annelies 


Idealisme is geïnspireerde eenzaamheid.

Het is, onder andere, idealisme dat in de weg staat van een duurzame kleerkast en zelfs leven. Ik definieer idealisme als een focus op hoe iets ideaal zou kunnen zijn. Dit kan gaan van een kledingstuk, tot iets dat je eet, je werk of relaties. Het is een grote nadruk op kijken naar hoe iets zou kunnen zijn. Het is veel energie geven aan het bedenken wat beter en anders kan. 


Dit werd me duidelijk door een diepere betekenis van een zin, die ik al eerder schreef: Liefde voelt anders dan je denkt. Maar hoe voelt dat dan? Ok, voelen bevindt zich  in de woordeloze wereld, maar is dat net niet wat ik probeer te verwoorden, die lastig en gecompliceerde te verwoordenheid. Dus die vraag spookte al even door mijn hoofd, toen ik een passage in het boek ‘mijn briljante vriendin’ van Elena Ferrante las.


Het vijftienjarige hoofdpersonage is op het stand met de jongen, waarop ze verliefd is. Hij kan een pak beter zwemmen dan haar. Hij gaat heel diep de zee in voor een lange tijd. Het begin gaat ze mee en wanneer het haar te diep en te ver wordt, gaat ze terug. Dan zit ze op het strand naar het puntje in de zee te kijken en maakt ze zich zorgen wanneer ze hem, dat puntje, niet mee ziet. Ze voelt ze zich opgelucht, wanneer het puntje weer verschijnt. Daaruit concludeert ze dat ze echt van hem houdt. 


Amai, dit is exact wat ik in mijn hoofd hoorde op die leeftijd. Het zitten en kijken voor mezelf benoemen als een daad van liefde. Het bewonderen van de kunde van hem. Het moment zien als een aanleiding om allerlei zaken te dromen en verlangen, en net daarom dat moment als zeer waar ervaren. Het effectief alleen op het strand zitten, maar in gedachten en denken me zo verbonden voelen met de wereld en anderen. Concluderen dat iets liefde is, zonder me af te vragen hoe het voor me voelde. 


Vervolgens moest ik me ervoor behoeden mezelf niet te hard te veroordelen, want dit is totaal geen liefde. Het is hoogstens eenzaamheid die geïnspireerd wordt. Ik zie en voel nu hoe de Annelies van jaren geleden dit zo ervaarde als in de passage. De waarheid dat het verhaal in mijn hoofd me gaf. De zwaarheid van het moment dat die waarheid bevestigde. Ik herinner dat dit toen zo sterk, waar, zwaar en echt voelde. Een moment dat je zweeft van het zien van de verlichting van de waarheid. 


De passage in het boek is een moment van onverschilligheid van hem tegenover haar. Wat ik ook al eerder schreef, het tegenovergestelde is van liefde. Een andere zin die ik las en de tijd deed stilstaan: Onverschilligheid is het tegenovergestelde van Liefde. Zo stond het daar te lezen, vier jaar geleden. Mijn reactie was wacht, wat staat daar nu juist. Die zes woorden heb ik meer dan zes keer moeten lezen om deze echt te zien. 


En wat is juist onverschilligheid? Ik ken dat woord wel, maar hoe vat je dat? Hoe voel ik dat? Onverschilligheid of in het Engels indifference is: ‘het verandert je niet hoe een ander of een situatie zich aan je laat zien.’ Ik voelde dat ik dat gevoel heel goed kende. Het verlangen dat een ander een reactie geeft door mijn zijn. Het ervaren van in het niets te zijn. Of ik er nu ben of niet ben, wat maakt het uit? Of ik dit nu doe, zeg of deel, het verandert niets. 


Druppelsgewijs merkte ik dat ik in een onverschillige wereld leefde. Ik weet nog, dat ik na enige tijd te investeren in het onderzoek naar die paar woorden, mezelf toestond om even met het leven verder te gaan. Terwijl ik dagelijkse dingen deed zag en herinnerde ik hoe onverschillig de wereld, waarin ik leefde, was. 


Een paar weken na het lezen van die zin over liefde en onverschilligheid maakte ik de keuze om te leven in liefde. Ik zie mezelf nog schrijven. Ik heb geen idee wat liefde is, maar onverschilligheid werkte niet voor me. Ik gaf mezelf de toestemming en de uitdaging om te gaan zien wat is dat liefde, hoe voelt dat en wie weet is het beter dan onverschilligheid. 


Door het lezen van die passage in het prachtige boek van Ferrante, zie ik nu wat ik deed om te leven in de onverschilligheid. Ik leefde in een wereld van denken, waarin wat zou kunnen zijn, de hoofdrol speelde. In tegenstelling tot wat ik ervoer en hoe ik me voelde. Ik zag het huidige moment als een bevestiging van mijn waarheid en verhalen. Maar de echte waarheid was dat ik zo eenzaam was dat ik die verhalen nodig had. 


Idealisme is geïnspireerde eenzaamheid. 


Suitably yours,

Annelies


Waar ?

Ik schreef hier al herhaaldelijk dat een kledingontwerp uit de keuzes in vier elementen bestaat. Deze keuzes betreffen kleur, vorm, materiaal en verhaal. Het is sinds een paar weken dat ik me niet meer zo zeker voel bij de term verhaal. 


Uitspraken als ‘dit is een verhaal dat je jezelf vertelt’ of ‘om het te waarderen heb ik het verhaal erachter nodig’, doen me twijfelen aan het woord verhaal. Is het de afstand die maakt dat ik een negatieve ervaring heb bij het woord verhaal? Ik voel in de uitspraken een verbinding met ‘dit is onzin’, ‘het is niet waar’ of ‘dat is de ander zijn wereld.’ 


Daarnaast is er ook de marketingkant aan het woord. Het verhaal van een merk of collectie. Marketing gaat over een merk of product in de maatschappij zetten. Het laten zien en laten zijn, zie ik nu. En toch is er iets waarvan ik het op de heupen krijg. Marketing gaat over een product, merk of dienst de plaats geven die het verdient. Wat me enerveert is dat marketing gebruikt wordt om plaatsen in te nemen die ze niet laten zijn. Dat je als kledingmerk kleine aanpassingen doet of half maatwerk. Dat is een keuze, maar probeer dan niet de plaats van maatwerk of co-creatie in te nemen. Laat zien en zijn wat je biedt als merk, maar neem niet de plaats in van iets wat je niet doet. Waardeer de waarde die je brengt. 


Aan mijn kast hangt de uitspraak  all art is a form of literature’ van Fernando Pessoa. Ik nam dit kaartje op in mijn leven, omdat het als waar aanvoelde. Deze ochtend vroeg ik me af waarom eigenlijk. Omdat het altijd het verhaal van de maker vertelt.


En werken die me raken zijn altijd verhalen die echt verteld worden. Of het nu gaat om een commerciële jaren tachtig hit of een arthouse film als een marketed product, als het verhaal juist zit, resoneert het bij me. In een coaching sessie kreeg ik de vraag: wat zijn de regels van kleding en hoe kleed je een groep aan? Ik geloof niet in regels; alles hangt af van wat je wilt vertellen. 


Wat maakt iets echt? Dat is het verschil tussen de marketing waar ik me aan stoor en producten die ik apprecieer. Het is echt, het is waar. Waarde, waarden en waarheid hebben waar als gemeenschappelijke deler. Waar, een plaats, de ruimte die het werk, de dienst of het product in neemt. Hier is naast ik en nu een essentieel onderdeel van bewustzijn. Je hebt het ruimtelijk waar, de plaats. 


Ik had waarheid nog nooit eerder als een plaats gezien, waar je naartoe kan gaan of zijn. Net als een verhaal ook een plaats kan zijn, waar je bent. Ik weet niet of je die ervaring al gehad hebt, ik hoop van wel, waarbij je dacht dat iets waar was, maar het bleek een verhaal te zijn. Het vraagt soms even om het bij elkaar leggen van de geleidelijke ontrafeling van de gebeurtenissen. Je dacht dat feiten zich om een bepaalde reden hadden voorgedaan, maar door enkele details is er een hum, dit is een vreemd gevoel. En, soms veel later, komen er andere details die dit vreemde gevoel laten herhalen. Tot je ineens ziet dat je in een verhaal staat en niet in de waarheid. Dit geeft me een gevoel van boosheid en machteloosheid en anderzijds een gevoel dat ik de situatie vanuit helikopterperspectief kan zien. Dit laatste geeft me een plaats, duidelijkheid waar ik ben. 


Weten waar je staat is deel van de waarheid. Het voelt stevig in mezelf. Ja er is ook de boosheid van hoe komt het dat ik in de verhaal stond, maar er is vooral het gevoel van laten zien. Zien wat de feiten zijn en wat waar is. 


Daarnaast heb je de maatschappelijke waar. Welk puzzelstukje neemt een product, dienst of werk in? Dat is dus wat me enerveert bij marketing die niet waar is: beweer geen puzzelstuk te zijn dat je niet bent. Verkoop geen lage kwaliteitsproducten aan een luxe prijs, want dat is niet waar. Dus de zin ‘dat is niet waar’ gaat dan zowel over je bent niet waar je plaats is en je bent niet in de waarheid.


Suitably yours,

Annelies


De anderen.

Het is nu al twee dagen dat dit idee mijn ogen blijft openen. Ik las dat bewustzijn gemaakt wordt door jezelf te kennen en hoe anderen je zien. Dit eerste deel, daar schreef ik al vaker over. Het tweede deel sukkel ik mee. Doordat dit zo duidelijk als deel van bewustwording benoemd werd, vallen er puzzelstukjes ineen. 


Als puber had ik het idee dat iedereen een puzzelstukje is en dat we zo samen de maatschappij maken. Gaandeweg mijn volwassen opgroeien en diepere bewustwording, werd me duidelijk dat dit totaal niet evident is. Er zijn heel veel redenen, omstandigheden, oorzaken en gevolgen, waardoor we niet het puzzelstukje zijn dat we zijn. Zo kwam ik tot laat jezelf zien en laat jezelf zijn; dit is meer een proces dan een staat van zijn. Mijn verlangen naar een maatschappij, waarin iedereen bewust zichzelf is, is er nog steeds. 


Doordat het me nu helder is dat het tweede deel - hoe anderen je zien - deel is van je bewustwording, verduidelijkt dit mijn verlangen naar menselijkheid. Daaronder valt empathie, compassie, luisteren, uitdrukken waar je nood aan hebt, flexibiliteit naar de omgeving, inlevingsvermogen. Ik kan de lijst zo lang als deze kleermakerszit maken, maar ik denk dat je het punt begrijpt. Intuïtief voelde ik aan dat dit noodzakelijk en verbonden is met kleding en de relatie met jezelf, maar nu is dit dus concreet verwoord. 


Een detail waar ik even wil op wijzen is dat er staat ‘anderen.’ Niet de ander. Het gaat erom dat je in het beeld dat je van jezelf ontwikkelt, de blik van de anderen meeneemt. Stel, ik ben in een bepaalde omgeving eerder terughoudend en praat individueel met enkele mensen. Dan ben ik voor de anderen in die omgeving niet zo opvallend of op de achtergrond. Voor die paar mensen waar ik een langer diepgaand gesprek mee heb, laat ik me dan zien als iemand die kan luisteren en ideeën kan delen. Nu komt de vraag: welke anderen neem jij mee in jouw bewustwording? Om het even zwart-wit te maken: zie jij jezelf als het muurbloempje of als de diepe gesprekspartner? 


Als je even de tijd neemt om te pauzeren bij deze vraag ‘welke blikken neem ik mee in mijn bewustwording?’ dan zal je merken dat verwachtingen en verlangens zich daarin gaan mengen. De tafeldanser, of de persoon die het hoge woord voert op een event, zien we als degene met de macht. Doordat we aan het hoge woord hebben de eigenschap koppelen dat deze persoon  voor de groep gaat zorgen, waardoor het zou kunnen dat jij jezelf veroordeeld voor het niet-tonen van dergelijk gedrag. Misschien verlang je naar dat vertrouwen van de anderen, dus kan het zijn dat je ook die bril gebruikt om naar de hierboven beschreven situatie te kijken. 


Nu merk ik op dat het gesukkel voor een stuk toch met het eerste deel te maken heeft: jezelf kennen. Nu voel ik me stabiel in mezelf en kijk in naar de hierboven beschreven situatie als volgt. Ja, sommigen hebben me niet gezien en met een aantal had ik een fijn en boeiend gesprek. De focus is dat ik het een aangenaam en leuk moment vond, dus ik deed wat ik leuk vind en dat is niet iedereen zijn ding. Maar ik kan me ook inleven in de Annelies die volledig in de knoop geraakt met de vragen die ik hierboven stel. Door te aanvaarden wie ik ben, en ook wie ik niet ben, is het gemakkelijker om de blik van de anderen te laten zien en laten zijn. 


In het voorbeeld gebruikte ik sociale interactie, maar wat als we dit eens door kleding gaan vervangen. Ik neem je even mee in de vertaling naar kleding. Mijn stijl is eerder terughoudend: rustig, mee met de tonen van wat de anderen dragen, niet bepaald opvallend.  Ik heb met enkelen een dieper gesprek: wie het oog heeft en de tijd neemt, kan toch meer diepere dingen in mijn stijl ontdekken. Details en verhalen die je op het eerste gezicht niet kan waarnemen. Hoe benoem ik mijn stijl dan? 


Is het je ook je opgevallen dat het niet evident is om aangename woorden te plakken op het terughoudende? Dat als we over kleding praten, dat neutraal en passend in het sociale geheel, een oordeel is. Mode, de kledingindustrie en trends zijn gefocust op verandering. Om deze te creëren en financieel te cashen is het noodzakelijk dat het tafeldansers zijn. Als een trend of verandering te klein is, is de kans dat deze door de anderen wordt opgemerkt veel kleiner. Zoals dat de persoon op het social event niet door iedereen opgemerkt wordt. Dit maakt dat we als social geheel veel waarde gaan toekennen aan grote en opvallende zaken. Wat dan opzich weer de sukkel mallemolen van vragen hierboven in gang zet. 


Hoe geraken we hier dan uit? Pauzeer. Aanvaard dat je maar met bepaalde kleuren staat. Respecteer dat enkel bepaalde vormen je in je waarde zetten. Waardeer jouw verhaal. Accepteer de lichamelijke en materiële behoeften die je hebt naar kleding toe. Dit maakt jouw stijl. 



Suitably yours,


Annelies


Volggedrag

Ik krijg het op mijn heupen van volggedrag. Het Klakkeloos, zonder nadenken, overnemen van gedrag. Dit gaat van kleding kopen, het al dan niet aandoen van iets wat je totaal niet in je waarde zet, tot oversteken omdat de ander naast je dat ook doet. Ik schreef daar al eerder over, neem ik aan, omdat het me zo boos maakt. Kwaadheid laat zien waar je passie zit, aldus het boeddhisme. 

Ik stond voor de klas. Ik geef meestal workshops voor de fijnere motoriek en met lange aandachtsspanne. Denk aan textiel, kleren maken, beeldende kunst en een relatie met jezelf opbouwen. Ik weet dat dit voor sommige kinderen moeilijk is of minder hun ding. Dus het gebeurt wel vaker dat een kind in het midden van de workshop het op zijn heupen krijgt. Ik stel dan, binnen de mogelijkheden van de plaats, opties voor, maar de regels zijn duidelijk. Je doet iets wat jij wilt doen en je laat anderen ook doen wat zij willen doen. 

Dus ik stond voor de klas en er was een kind die het gehad had met de opdrachten. Hij bleef herhaaldelijk de anderen storen en deed niet echt iets wat hij wou, tenzij dat dit de anderen storen was. Maar dat past niet in mijn klas. Het probleem was dat hij een volger had. Een ander kind dat eigenlijk de workshop wou volgen, maar die iedere keer de keuze maakte om in te gaan op de roep van de ander. Ik stelde hen enkele keren verantwoordelijk voor hun effect op de groep. Dit kalmeerde hen even, maar het probleem was dat ze niet iets vonden om te doen. Op het moment dat ik hen uit de klas zette, en onder begeleiding van een andere docent plaatste, vond de volger dat hij niet naar buiten moest. De ander had het allemaal gedaan en hem opgestookt. 

Ik dacht WAT. Is volgen een excuus om niet verantwoordelijk te zijn voor je eigen gedrag en keuzes? Het feit dat de volger dit gebruikte om niet uit de les gesloten te worden, zie ik als feit dat zijn techniek werkt bij anderen. Ik gedraag me storend voor de anderen, daar waren beiden zich van bewust, omdat ik hen er meerdere keren op aansprak, maar ik ben daar niet voor verantwoordelijk. Ik kies ervoor om bepaalde kleding te dragen, maar ik ben niet verantwoordelijk voor hoe die me laten zien. Ik parkeer bij de andere auto’s, maar ik ben niet aanspreekbaar voor het feit dat ik op het fiets- of voetpad sta. 

De maatschappelijke problemen waar we nu in staan, klimaat van tot sociale ongelijkheid, komen voort uit het volggedrag. En het feit dat we elkaar daar niet voor verantwoordelijk stellen, maak dat het probleem zulke grote proporties aannam. Om terug te gaan naar de klas. Het eerste kind was gewoon aan het zoeken naar iets wat hij wou doen en daarin doet hij een aantal dingen die anderen storen. Wat oké voor mij is, want soms moet je zoeken naar wat je wil doen. Volgens mijn interactie met hem, was het feit dat de volger hem aanmoedigde, wat maakte dat hij dit bleef doen. 

De volger vond zichzelf totaal niet verantwoordelijk. Dit stond ik contrast met het eerste kind, hij aanvaardde zijn straf zonder probleem. Ik had ook meerder keren aangekondigd dat dit een gevolg zou zijn van het blijven herhalen van hun storende gedrag. Vanuit het perspectief van de volgers is hij niet verantwoordelijk voor het storende gedrag. Hij zei zelf dat hij verder wou werken aan de opdracht, maar dat het eerste kind hem stoorde. Daaruit trek ik de conclusie dat hij niet bewust is van het feit dat hij koos om deel te nemen aan het storende gedrag. Dat hij niet bewust aan het roepen was, kan ik moeilijk volgen. 

Het deed me denken aan een ervaring die ik als kind had, waar ik de volger was. En dat het me raakte dat ik verantwoordelijk gesteld werd voor mijn gedrag. Het deed me toen heel erg nadenken over waarom ik deed wat ik deed. Dat meegaan in het deurtje dat een ander openzet, niet iets is wat ik zomaar wil doen. Dat ik bewust wil kiezen voor wat ik doe en als ik daarop aangesproken word, dan neem ik die verantwoordelijkheid. Ik vond het spijtig dat de persoon die mij daarop wees, nu een minder beeld van mij had. Ik wou dat ze mij zag, niet mijn onbewuste of onbezonnen keuzes. 

Bij het afrondende gesprek zei de volger dat hij de workshop ‘zozo’ vond, in tegenstelling tot de anderen. Ik vond het in mijn kindertijd-verhaal ook moeilijk om terug bij die docent te zijn. Maar ik ben haar wel dankbaar dat ze me verantwoordelijk stelde voor mijn gedrag. Dit maakt misschien waarom ik het zo op mijn heupen krijg van volggedrag. 

Suitably yours,

Annelies

‘pinche gente’

Mijn god, wat ben ik dankbaar dat ik deze uitspraak leerder uit het Mexicaans. Ik zal ‘m je uitleggen aan de hand van de laatste keer dat ik deze gebruikte. 

Ik was op de zuidmarkt en ging naar mijn favoriete plantenkraam, waarvan ik al eerder over de cactus schreef. Het is de tijd van het jaar, waarin ik zie welke planten de winter niet overleefden en welke dus aan vervanging toe zijn. Om niet geheel in een jungle te wonen, probeer ik mijn aankoop van nieuwe planten te beperken. Dus ik was op de zuidmarkt, zoals vele anderen. 

Iedereen wandelt zijn ritme en stopt om te kijken waar zijn oog op valt, maar ik vind het frustrerend en boosmakend als iemand vlak voor mijn neus stopt met wandelen. Het moment dat ik nu voor ogen heb, stak de persoon me eerst voor om binnen een seconde voor mijn voeten te stoppen. Al lachend zeg ik ‘deze heeft zeker lichamelijk contact nodig, als je zo kort bij een wandelaar stopt, weet je dat deze tegen je aan gaat knallen.’ 

Gelijkaardige incidenten met aankoopkarretjes en babbelaars blijven zich opvolgen. Tot ik op het punt kom en zeg ‘Pinche gente’. Ik gebruik deze uitspraak om mijn boosheid en teleurstelling in de mensheid te uiten. Is nu iedereen zo afwezig dat ze continu voor mijn voeten moeten stoppen met wandelen? Zijn mensen zo blind dat ze niet zien dat ik hier loop? 

Nu, een dag later, neem ik de tijd om daar even dieper op in te gaan. Het is ok om te verwachten dat anderen je zien, als ik me op de openbare weg begeef. Ik mag ervan uitgaan dat je de ander ziet als je deze voorbij steekt, maar ik merk en voel dat dit niet is waar dit over gaat. 

Ik voel liefdeloosheid, een term die ik leerde van Bell Hooks. Het gevoel dat je krijgt als er niet gekozen wordt voor liefde. Liefde is een keuze, niet iets dat er toevallig is."Love is a combination of care, commitment, knowledge, responsibility, respect and trust.’ Ik kies ervoor om het niet te vertalen, omdat ik vast loop op care. Het is actiever dat het geven om en warmer dan zorg. Liefdeloosheid is dus het gebrek of het niet kiezen om deze eigenschappen te uiten. 

Omgaan met anderen, die zich niet toewijden aan de interactie of een ander die niet de kennis heeft om verbinding te maken, handelen zonder de verantwoordelijkheid nemen voor de gevolgen ervan. De ander niet laten zijn wie die is, de interactie zo aangaan dat wat er is niet veilig is. Dit zijn mensen, waarvan je concludeert, they don’t care. En waarop ik dus zeg: pinch gente. 

Dergelijke interacties, vooral bij herhaling, zijn pijnlijk. Het is zeer pijnlijk om tot het punt te komen dat je merkt: de ander(en) geven niet om me. Omdat ik dan ga naar: besta ik wel?

Door pinche gente te zeggen. Ja het is een verwijt en daarin ook een aanvaarding dat deze doen wat ze doen. Zo open in de deur naar verdwalen in mogelijkheden: waarom deze deden wat ze deden. Uren, dagen, jaren heb ik mijn tijd en denkvermogen verstreken met me af te vragen waarom anderen wat wel en niet doen. 

Geen idee en dat neemt de pijn van de liefdeloosheid niet weg. Dit kan enkel verholpen worden door zijn tegenpartij. Ik en anderen, who cares. 

Suitably yours,

Annelies

Wegdraaien verdraaien

Je weet dat mijn basisvraag ‘waarom blijven we kleding kopen die ons niet dient’ is. Een onderdeel dat ik daar nu in explodeerde is het wegdraaien van kwetsbaarheid. Om een relatie te laten zien en zijn die dienend is, is het essentieel om kwetsbaar te zijn. Je weet dat één van mijn bronnen Brené Browns ‘de kracht van kwetsbaarheid’ is. Ik verdiep me al jaren in haar werk, maar het duurde me toch ook even lang om kwetsbaarheid te begrijpen en te ervaren. Dit proces is nog steeds in volle gang. Kwetsbaarheid is niet aangenaam, vandaar dat we er van wegdraaien. Het is volgens haar emotionele blootstelling, risicovol en onzeker. Een relatie of ervaring is dienend, doordat je het risico nam om je bloot te stellen en in de onzekerheid te stappen. 

Door bij mezelf op zoek te gaan, naar wat is kwetsbaarheid en hoe voelt dat in mijn lichaam, kon ik de neiging die mijn denken heeft om hiervan weg te draaien verdraaien. Onze hersens zijn er om ons te laten overleven, niet om ons te laten zien en laten zijn. Vaak als ik iets risicovols in overweging nam, gaven mijn gedachten het advies om het niet te doen: te gevaarlijk. Dit is exact waarom we overleefden. Als ik een echt gevaar zie, een jaguar of een auto op hoge snelheid, dan ben ik blij dat mijn denken mij snel tot actie breng om me veilig te stellen. Het doet op een degelijk moment wat het beste is om te overleven. Het geeft je een kracht om te rennen als nooit tevoren, om oplossingen te creëren. En zelfs daarna gaan je hersens je hormonaal belonen. Het geeft je een goed gevoel dat je dit probleem kon oplossen of dat je jezelf en de andere kon veiligstellen. Dit geeft een euforisch en zalig gevoel van dit heb ik gedaan, woehoew!

Maar hoe vaak in het leven sta je oog in oog met een jaguar of auto op hoge snelheid? Dat laatste komt al iets meer voor dan het eerste. Ik merkte op dat ik vaak bang ben dat ik niet veilig ga zijn, en dat dit mijn keuzes en gedrag bepaalt. Zo ga ik in relaties kiezen voor veiligheid. Voor mij is dit door het deel van mezelf te laten zien waar kritiek weinig tot geen impact op me heeft. Dat is de zakelijke, warme Annelies. Je wordt door haar warm ontvangen. Ze zal ervoor zorgen dat je jezelf veilig voelt. Ze gaat je helpen waar dat kan, op een warme en zakelijke manier. 

Dit is de sociale Annelies die ik ontwikkelde om zo min mogelijk kritiek te krijgen. Want als ik kritiek kreeg, voelde ik me kwetsbaar. De warme, zakelijke Annelies is mijn manier om weg te draaien van kwetsbaarheid, maar zoals eender welk schild, beschermt me dit niet van alles. Vaak na sociale interacties voelde ik me leeg en niet gezien. Ik had het gevoel dat ik maar geef en aanbiedt aan anderen en dat ik niet terug krijg wat ik wou. Het is dit deel dat je volgens mij kan laten zijn met kwetsbaarheid. Door jezelf te vragen wat wil ik, verlang ik nu echt? Waar heb ik nood aan? Wat zijn de behoeften die niet vervuld zijn? 

In sociale interacties koos ik (onbewust) om een schild op te trekken. Het duurde me tientallen jaren om dit schild te laten zien aan mezelf. Eens je het laat zien, laat je het zijn. De teleurstellende ervaring van sociale interactie heb ik zowat mijn hele leven (gehad). Het maakte dat ik mezelf daarvoor veroordeelde of in een hokje duwde. Ik ben dienend, introvert, hoogsensitief en hoogbegaafd en dat is de oorzaak dat ik sociaal sukkel. Ik gebruikte deze feiten vaak als verwijt, ‘was ik maar niet zo,’ of als rationalisering, ‘tjah zo is het nu eenmaal,’ of als emotioneel slachtofferschap, ‘zielige eenzame ik, oh arme.’ 

Het kostte me jaren om die vier eigenschappen als neutraal te laten zien en laten zijn. Omdat ik er zo vaak voor bekritiseerd ben, is de angst voor kritiek reëel gegrond. Maar dit wil niet zeggen dat het waar is. Er zijn angsten die echt zijn, maar die niet waar zijn. Het is echt dat ik voor die eigenschappen veroordeeld, bekritiseerd en buitengesloten werd. Maar dit wil niet zeggen dat ik om die eigenschappen veroordeeld, buitengesloten of bekritiseerd moet worden. Om daar van weg te draaien, het nodig dat ik mezelf laat zien dat ik zou willen wegdraaien. Er zijn momenten dat ik twijfel over een bepaalde keuze, waarbij het risico te groot is of de emotionele blootstelling het niet waard is, of waarbij de onzekerheid me echt kan raken, en dan doe ik het niet. 

Door me bewust te worden van het feit dat mijn hersenen altijd nee tegen kwetsbaarheid gaan zeggen, ga ik ergens anders te rade. Als de Jaguar of de auto op hoge snelheid daar is, dan reageert je lichaam ook vanuit overleving. Maar als ik nadenk over het al dan niet ondernemen van iets, dan reageert mijn lichaam soms op de ene manier en soms op de andere. Het gebeurt in een moment van twijfel dat mijn hart snel slaat, dat ik heel veel moeite heb om bij mijn ademhaling te blijven. Daarnaast gebeurt het ook dat op een degelijk moment mijn lichaam eigenlijk vrij rustig is. Het zijn puur mijn gedachten en activiteit in mijn hersenen, die me de angst laat ervaren. 

Door stil te staan kan ik opmerken waar ik op deze schaal zit of soms ervaar ik nog iets anders. Ik adem in en uit en sta stil bij de vraag: wat ervaar ik nu? Is het fysiek (honger, moe, nood aan veiligheid, onrust, koud of warm) dan probeer ik dat binnen de mogelijkheden op te lossen. Is het mentaal, dan geef ik me de toestemming om te voelen hoe ik me voel. Bijvoorbeeld traag is ook een ritme, een beetje vriendelijk is ook vriendelijk of laat jezelf maar in plezier glijden. Is het rationeel dan houd ik het bij om later te schrijven door een imaginaire post-it te maken. Ik neem een kernzin of beeld te maken als kapstok om daar later op in te gaan via schrijven. In het moment die gedachtegangen maken, is eigenlijk een vorm van piekeren. 

Dit gedrag belonen je hersens niet met hormonale euforie. Ik geef mezelf heel bewust een compliment als ik handelde in lijn met mijn waarden. Kiezen voor waarheid, en dus zo ook voor de kwetsbaarheid van het leven, dat daar deel van is. Dit maakte dat ik bij twijfelen tot de conclusie kwam, dat ik kwetsbaar was. Dit is onzekerheid, emotionele blootstellingen en risico. Maar één dat aangeduid wordt door mijn hersenen en één dat ik niet echt voel in mijn lichaam. Dus het kan even goed zijn dat mijn lichaam ook nee zegt en dan nog kan ik kiezen om het wel te doen. Er zijn niet echt regels die ik volg. Buiten de onderdelen die ik hierboven exploreer. Ik heb meerdere informatiebronnen en ben ik nog steeds degene die beslist. 


Suitably yours,

Annelies

Documenteren

Ik merkte op dat ik al een paar weken geen foto van mezelf heb genomen. Het werd me duidelijk dat ik geen voorraad aan foto’s meer had, wanneer ik een post op sociale media wou maken. Nu kun je zeggen: “wat maakt het uit dat je geen selfies meer hebt?” Inderdaad, dit is geen eerste wereldprobleem. Mezelf laten zien op sociale media staat niet hoog op mijn prioriteitenlijst.

En toch vind ik het feit dat ik weken geen foto van mezelf nam alarmerend. Ik schreef al eerder over het belang en de waarde van herhaling. Voordat ik stopte met foto’s van mezelf maken, deed ik dat af en toe op een moment dat ik mezelf zag. Ik passeerde een spiegel of ander reflecterend materiaal en zag mezelf, in mijn eigen kleding. Dat was een moment om vast te leggen en even stil te staan bij mezelf en dat ik dit maakte. Ik deed dit dus niet op vaste momenten. In de planning staat geen fotomoment. Het feit dat ik weken geen foto van mezelf maakte, wil zeggen dat ik wekenlang mezelf niet zag. 

Het is moeilijk te geloven dat er geen momenten waren waar ik mezelf zag of spiegelde. Het is eerder het feit dat ik niet de reflex had om dit moment te capteren. Het maken van de foto komt na het zien van mezelf en het opmerken dat dit een esthetisch interessant beeld is. Laat even het sociale media en het delen aan de wereld los. Ik vind het confronterend dat ik weken geen mooi beeld van mezelf zag of opmerkte. 

Ik vermoed en weet dat ik de afgelopen weken in mijn gedachten was verzonken. Ik ging er ten rade om mijn motivatie te behouden. Er gebeurde veel rondom me en ik had veel dat ik wou gedaan hebben. Als ik er nu op terugkijk liep ik achter mijn planning aan. Deze planning was wel gemaakt op basis van mijn waarden en wat ik aan de wereld wil geven. Ik was onderweg naar eigens in de plaats van te focussen op het wandelen. Ik was iets aan het doen in plaats van dat iets me overkomt. Mijn denken was mijn veiligheid, de plaats waar ik naartoe ga als ik advies nodig heb. 

Om het met de woorden van Russ Harris te zeggen: mijn aandacht was vooral bij de documentaire van mezelf en niet bij mezelf. Beiden hebben hun waarde. Zoals ik opmerkte, doordat ik geen foto’s van mezelf had, was ik niet bij mezelf. Ik was in een innerlijke dialoog, waarin ik mezelf in vraag stelde, bekritiseerde, beoordeelde en vooral rationeel handelende. Op zich is het niet verkeerd om op een moment dat ik nood heb aan raad  in deze dialoog te gaan. Het is eerder dat ik erin bleef hangen. Ik leefde in de documentaire, niet in mijn leven. 

Ik vraag me net af hoe het leven in een documentaire het documenteren, foto’s nemen, net blokkeert. Het denken en de innerlijke dialoog met de boven beschreven tools gebruik ik om een antwoord om vragen te vinden waar ik mee zit. Waarom wil ik een antwoord op die vragen. Ik zocht zekerheid en duidelijkheid in de antwoorden. Waarom had ik daar nood aan? Omdat deze er niet was, omdat het verhaal dat ik aan mezelf vertel in gevaar was. Waarom stond dit verhaal in twijfel?

Omdat dit mijn gewoonte is om te verbinden met anderen. Het is eerder dat ik, wanneer ik in een context met de ander merk dat mijn verhaal van mezelf in gevaar is, ga ik net dat verhaal in twijfel trekken. Zoals ik al schreef, om die weken zonder selfies door te komen, ging ik te rade bij mijn waarden. Het feit dat ik daar nood aan had, kan ik de conclusie maken dat de context waarin ik was niet in lijn met mijn waarden is. Was de situatie omgekeerd, in lijn met mijn waarden, dan ben ik dankbaar. 

Als ik nu van een afstand naar die context kijk dan is de onduidelijkheid en onzekerheid niet van mij. Ik vind het spijtig om te merken dat ik deze in me opnam en dat ik daardoor mijn verhaal in twijfel ging trekken. Niet omdat een ander uit onzekerheid handelt dat ik daardoor iets niet of wel ben. Verliet ik dan mezelf of de aandacht voor mezelf, omdat er onzekerheid is? 

Wat kan ik doen om mij mezelf te blijven? Ja, in mijn waarden staan en bij mijn verhaal blijven, los van wat anderen doen. En mezelf zien, laten zien. Dit vastleggen op een manier die ik beeldend vind, is daar een uiting of concretisering van. Naast mijn gedachten opschrijven, en mijn waarheid als waar laten zijn, is mezelf opmerken in het moment deel van mezelf laten zijn. 

Suitably yours, 

Annelies

Textiele laag.

Iets wat ik hier al vaker schreef en zei is dat ik je aanraad om kleding te kopen, zoals je een huis koopt. Het proces en de relatie is anders bij een huis dan hoe we kleding aankopen van elkaar geleerd hebben. Bij de aankoop van je huis denk je na over onder andere wat is het budget? En dit bepaalt het kader over hoe je leeft en hoe je wil leven; over met wie en wat je leeft; over hoe je je verplaatst; wat essentieel is en wat een leuk-om-erbij-te-hebben is en zo verder. Dit neem je mee in de zoektocht naar je huis, omdat dit het tot een thuis maakt. 

Daarnaast is een huis wellicht ook de grootste aankoop die je ooit in je leven gaat doen. Doordat het een aanzienlijk bedrag is, geven we het als maatschappij waarde. Zo gaan we het zien als een investering en onderhouden we het voor een stuk ook, omdat het een investering is. We kopen het en maken extra kosten met het oog op het feit dat de waarde dan omhoog gaat of in ieder geval hetzelfde blijft. 

Onderaan mijn facturen staat dat ik je aanraad om kleding te kopen, zoals je een huis koopt. Maar nu had ik een ervaring die me liet zien dat er ergens iets schort in mijn redenering. Op een zondagse wandeling door de stad, waar ik een ontwerperswinkel binnenging, zag ik een geweldig jurk. Mooie kleuren, materialen, geheel iets wat bij me past. Ik kijk naar het etiket, omdat de kapstok zo hoog was dat ik enkel daar de maat zou kunnen zien. Toen zag ik de prijs. Ik stopte en zei nee, dit ga ik niet doen. Dit bedrag betaal ik niet voor kleding. 

Nu komt het; het was de prijs van mijn eigen kleding. Maar het duurde even voordat ik deze gelijkenis zag. De eerste redenering die ik maakte was: dit is veel geld voor een kledingstuk,  dat mooi is maar niet alledaags. Daarnaast is dit geld vervolgens weg. Stel dat ik het stuk niet meer wil dragen, dan zou ik het kunnen verkopen, als ik er goed voor gezorgd heb. Maar nooit zoals een huis. Om tot dat punt te komen moet de kleding in perfecte staat zijn, wat wil zeggen dat het bijna niet gedragen is. Wat dan weer tegen mijn redenering is: draag je duurste stukken het meeste. Je huis is zo duur, omdat je er elke dag in woont. 

Kleding is dus geen investering, zoals een huis. Je kunt het na gebruik niet voor een interessante prijs verkopen. Een huis heeft ook gebruikssporen en daaruit leer ik vooral hoe de ander erin leefde. Bij kleding is dit eerder vies of maakt het ze minderwaardig. Dit heeft voor een stuk ook te maken met onze obsessie voor nieuw. Als bijvoorbeeld een kledingstuk nieuw is, dan is het een reden om een compliment te geven. 

“Wauw, dat is tof. Je doet eens iets anders met je haar.” “Is dat nieuw? Het staat je goed.” Of als je iemand een compliment geeft en het kledingstuk is al oud dan is dat een reden om het compliment van de kaart te vegen. 

Soit, kleding is dus niet zoals een huis. Het is als een textiele laag die je over je huid legt, waardoor je kan kiezen wat je laat zien en laat zijn. Welk deel van jezelf laat je zien? Welke vormen zet je in zijn waarde, welke delen van jezelf laat je net minder zien? Hoe laat je jezelf zijn? Er zijn zoveel verschillende kledingstukken die je had kunnen aantrekken, wat maakt dat je voor dit koos? 

Zoals je voor je huid en lichaam zorgt, zorg je met deze textiele laag voor jouw innerlijke en uiterlijke verschijning. In je huid en je lichaam investeer je voor jezelf, niet om het later door te verkopen. Je weet dat een gezond lichaam en een gezonde geest de doelen, die je wilt bereiken, realiseert. 

Zoals je huid gaat het over de interactie tussen binnen en buiten. Je huid regelt je temperatuur. Kleding regelt je laten zien en laten zijn. Het is de interactie tussen wat wil ik laten zien en laten zijn in de buitenwereld; dat is de unieke eigenschap van kleding. 

Suitably yours,

Annelies

Zonder je leven te verliezen.

Wat als ik nu eens gewoon dingen doe, zoals ik ze doe? Ik merk op dat ik regelmatig de neiging heb om bij wat ik doe, of niet doe, een oordeel klaar te hebben. Als ik iets als een berichtje naar iemand stuur, dan is er vaak onder een tweede laag een oordeel. Eigenlijk is dat oordeel over alles, hoe ik het bericht schrijf, wanneer, waarom, enzovoort. Mijn creativiteit uit zich duidelijk ook in oordelen over mezelf. 

Een paar dagen geleden dacht ik ineens: wat als de manier waarop ik dingen doe, gewoon mijn manier is? Dit is hoe ik deze situatie of dit kleine deeltje van een cluster aanpak. Ja, er zijn heel veel andere mogelijkheden en opties om met een bepaalde situatie om te gaan. Maar er is eigenlijk weinig verschil of je nu iemand vandaag of gisteren een berichtje stuurt. Ok, er zijn situaties waar dat uitmaakt, maar dit verandert weinig aan mijn intentie. 

Ja, een gelukkig verjaardagsbericht een dag te laat, is een de dag na de verjaardag. Maar dit wil niet zeggen dat ik de ander geen gelukkig leven gun. Deze veroordelende sterke en subtiele kracht van oordelen, kan ik nu pas opmerken. Doordat het er bijna altijd is, was het voor mij heel gewoon. Bij eke keuze die ik maak, zijn er andere keuzes die ik niet maak. De oordelen gingen, of gaan, altijd in vergelijking met ander niet-gemaakte keuzes. 

Ik probeer de sterke kracht in woorden te uiten. Omdat het me niet onmiddellijk lukt, antwoordde ik even een paar mailtjes, die dringend zijn. En daar zag ik in het snel over mijn andere mails vliegen, dat iemand een bepaald bericht stuurt, kort na een event. Zo merkte ik op dat het oordelen verbonden is met vergelijken. Heel eenvoudig: ik doe dit niet. Dit vrij direct na een event communiceren, doe ik niet en is dus geen optie. Nu ik dit bericht gezien heb is er ineens wel die optie. En dat gebruikte mijn creatieve oordelen dan om me te veroordelen of niet-gemaakte keuzes naar me te gooien. 

Het voelt alsof ik permanent in aangevallen wordt. Dit is niet niets. Ergens kies ik er dus voor om mezelf vrij permanent te (ver)oordelen. Wellicht heb ik dat geleerd of wordt dit ook wel een beetje versterkt in deze wereld. Wat was mijn voordeel daarin? Opties en mogelijkheden zien en laten zijn. Bijvoorbeeld de berichten die dringend waren, daarvan weet ik dat als ik deze te lang laat liggen de vraag voor de ander niet meer aan de orde is. Het bericht dat ik zag, doordat ik de ander snel antwoordde, liet me een andere aanpak of mogelijkheid zien.  

Net als iedereen trouwens, leer ik door naar anderen te kijen en af te kijken. We leren sociaal. De vergelijking maken tussen hoe doe ik dit en hoe doet de ander dit, is dus een leerproces. Jij kleedt je zo. Een ander maakt andere kleurencombinaties. Hij draagt dit soort kleding voor een bepaald probleem. Vele anderen gaan op een bepaalde manier met kledingaankopen om. Ik wou schrijven tot hiertoe geen probleem en er is iets in me wat wringt. 

In mijn geval is deze manier van leren in een soort overdrive gegaan. Of het dient me simpelweg niet meer. Er zijn zoveel opties, waarop je iets kan doen. En het vergelijken en afkijken brengt me niet echt dichter bij mijn eigen manier. Als ik kijk naar mijn eigen kledingstijl, dan is het kijken naar andere kleding- of modekunst eigenlijk niet meer inspirerend. Ik ga eerder vergelijken. Die maker doet dat zo. Dat merkt kiest voor die weg. 

Dit blokkeert me. Als ik kijk naar hoe de stukken die ik als ‘mij’ definieer ontstonden dan is dit eerder in mijn eigen wereld. In mijn flow als spelend met een concrete vraag, kleuren, vormen en materialen. Met mijn handen in de materie aan de slag en met mijn hoofd volledig daarbij. Wanneer die sterke en subtiele kracht van het oordelen daarin opduikt is het zelfs een teken om te pauzeren voor me. Ik ken de flow-relatie met mezelf, die me in mijn waarde laat. 

Het is ook dat wat ik voelde toen in de vraag stelde: Wat als hoe ik dingen doe, nu gewoon eens mijn manier van doen is? Niets meer of minder. Dit is hoe ik het aanpak. Mijn waarde zit niet in hoe ik meer zoals een ander kan gaan zijn. Of net hoe ik me minder van de anderen kan gaan aantrekken en afkijken. De schoonheid en de verbinding zien en hoe ik de zaken doe. Genieten van wat ik doe. De definitie van succes van Charles Duhigg ondersteunt me hierin. Vrij naar zijn woorden, succes is je doelen bereiken zonder je leven te verliezen. 

En ja, het leren dat voortkwam uit het vergelijken… ik vertrouw erop dat het op een passende manier zich zal aandienen. 

Suitably yours,

Annelies

Hoe voelt de kleding waar jij nu in zit?

Het zou kunnen dat ik al over deze gedachte geschreven heb. Deze is zo ogen openend voor me dat ik er toch nog even bij wil gaan zitten. ‘Liefde voelt anders dan je denkt.’ Die zes woorden samen betekenen een verschuiving voor me; de beweging van denken naar voelen.

Bijna elke dag krijg ik berichten binnen of komt de info binnen van maatschappelijke problemen, zoals het klimaatprobleem. Dit raakt me. Dit gebruik ik als motivatie en inspiratie om aan de slag te gaan. Vanuit vragen: hoe kan ik hier iets aan doen? Wat is mijn bijdrage of aandeel? Doe ik genoeg op een bepaald domein? Wat is de kleine alledaagse handeling die ik kan doen, om hierin en verschuiving te brengen? Is het verwachten van een verschuiving niet te hoog gegrepen? Hoe houd ik mijn motivatie? 

Kleermakerszit is een handeling die deze vragen op een dagelijkse kleine manier wil delen, zodat er een verschuiving komt in de maatschappelijke problemen van vandaag. De basisinsteek is via kleding in dagelijkse kleine momenten met jezelf bijdragen aan die verschuiving. Voor mij is dus de moeilijkheid: hoe kan ik anderen zichzelf laten zien en laten zijn. En zonder dat dit de dwingende druk heeft om te ver-anderen in mijn, of een andere persoon, zijn visie. Hoe vertel ik mijn verhaal vanuit mezelf, zonder dat jij het gevoel hebt dat je mij moet worden. Laat net dat laatste de oorzaak van de maatschappelijke problemen zijn, het idee dat je iemand anders moet laten zien en zijn. 

Ik hou van vragen stellen, andere visies lezen, kritisch denken, in de spiegel kijken om daaruit antwoorden te halen. En dan herhaal ik even Liefde voelt anders dan je denkt. Ik denk vaak over deze vragen. Denken is werken vanuit de probleemoplossingsfocus. Er is een probleem, wat kan ik daaraan doen om dit op te lossen? Denken is verbonden met taal en communicatie; ik schrijf hier in deze kleermakerszit. Denken op zich is het verbinden van concepten. En denken gaat vaak over ergens anders, een ander moment of andere mensen. 

Voelen daarentegen is in het nu, hier en bij mezelf. Als ik een kledingstuk pas en dat voelt voor mij niet goed, is er geen enkele logica of reden, dat dit voor jou ook zo zou gaan voelen. Wanneer de broek te strak voor me voelt, kan deze net goed voor jou zitten. Een gevoel bestaat, vaak enkel, in een moment. Ik schrijf vaak, omdat bij sterke gevoelens ons denken betrokken is en het is dat deel dat via woorden het een langer leven geeft. Stel ik pas die broek die te klein blijkt te zijn. Het is niet zo een aangenaam gevoel om in een te kleine broek te zitten, dus doe ik die snel uit. Omdat ik groot ben is kleding vaak te klein. Het is dit verhaal, gemaakt door mijn denken, dat dit moment een verbinding geeft met voorgaande ervaringen. En zo komen we bij het laatste kenmerk van voelen, hier.  

Het moment dat ik de ervaring bestempel als ‘ik pas opnieuw niet in de broek’, ben ik minder in dit moment en verschuif ik naar een oudere ervaring. Aangezien gevoelens enkel in het nu bestaan, verschuif ik dus niet naar het oude voelen. Mijn denken, met zijn probleemoplossingsfocus, bestempelt dit verbinden als een soort van voelen. Maar dat is geen voelen, want dat bestaat enkel in het moment. Het nu-moment is het ervaren van een te kleine broek, niet als voorgaande momenten dat ik kleding aanhad die me niet paste. 

Het is in dat moment dat liefde zit. Voelen hoe de te kleine broek voelt. Voelen hoe de gedachten van mijn denken, ook sommige gevoelens kunnen opwekken. Voelen dat deze hier niet zijn. Ervaren dat dit een heel sterke neiging kan zijn. Kiezen voor liefde, is een handeling van rebellie. Kiezen voor liefde is kiezen om te voelen. 

Terzijde wil ik even melden dat er niets mis is met denken en problemen oplossen. De maatschappelijke problemen waar we nu mee te maken hebben, komen door een focus op denken. We hebben in de afgelopen eeuwen veel problemen opgelost met denken en dat is goed. Ik denk, of voel, dat we zijn gaan denken over voelen en ervaren. Een broek die te klein is, voelt onaangenaam. Kleding die niet goed zit, voelt niet goed. Hoe voelt de kleding waar jij nu in zit? 

Suitably yours,

Annelies

tailormade by hand.png